HomeMediaVrouwenrechten en de Verenigde Naties: waar hebben wij als artsen mee te maken

Vrouwenrechten en de Verenigde Naties: waar hebben wij als artsen mee te maken

De VNVA heeft als lid van de Nederlandse Vrouwen Raad bijgedragen aan de schaduwrapportage van de CEDAW (Convention/Commission of the Elimination of all forms of Discrimination Against Women) en heeft  deze ondertekend, omdat wij nog steeds bedreigingen zien op het terrein van vrouwenrechten.
Op 10 november 2016 heeft minister Bussemaker in Genève antwoord proberen te geven op kritische vragen die de commissie in de schaduwrapportage heeft gesteld. Het persbericht hierover is nu gepubliceerd.

De verdragen van de Verenigde Naties zijn niet de zaken waar wij ons in ons dagelijks werk steeds bewust van zijn. Toch worden wij geconfronteerd met situaties die niet voldoen aan het streven naar gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen. Afgezien van  omstandigheden die wij als persoon kunnen ervaren, hebben we als artsen te maken met maatschappelijke omstandigheden waar wij een belangrijke bijdrage kunnen leveren in het signaleren of bestrijden van misstanden.

Vanuit de schaduwrapportage raken veel onderwerpen de gezondheidszorg:

  • •    Verschuiving van financiering van centrale naar lokale overheden vraagt door de tegelijkertijd doorgevoerde bezuinigingen een grotere inzet van vrijwilligers en mantelzorgers, waarbij vrouwen zich vaker verplicht voelen om hier invulling aan te geven. Dit leidt niet alleen tot een zwaardere belasting van vrouwen in het algemeen, wat ten koste kan gaan van mogelijkheden om te werken, hun gezondheid, maar ook meer belasting van vrouwen die in de gezondheidszorg werken.
  • •    De ratificatie van het Verdrag van Istanbul, waarin over de aanpak van huiselijk geweld wordt geadviseerd, vraagt inzet van o.a. artsen en verloskundigen om misstanden te signaleren. Nederland heeft kortgeleden dit verdrag geratificeerd, maar de juridische aspecten van privacybescherming(beroepsgeheim versus melden) stellen gezondheidswerkers voor dilemma’s.
  • •    Betrekken van jongens en mannen bij emancipatie van vrouwen om met name in situaties van huiselijk geweld preventief te kunnen werken. Bewustwording van mannelijkheidsnormen en methoden van conflicthantering kunnen bijdragen aan de veiligheid van vrouwen en kinderen.
  • •    Aandacht voor risico op vrouwenhandel bij vluchtelingen met tijdelijke of permanente verblijfstatus of bij illegale vluchtelingen. Vrouwen zijn kwetsbaar voor seksueel misbruik in opvangsituaties.
  • •    Toegankelijkheid van gezondheidszorg voor ongedocumenteerde migranten (vrouwen): Meer bekendheid met mogelijkheden om toch zorg te verlenen maakt het zoeken van noodzakelijke medische hulp laagdrempeliger.
  • •    Staken van subsidie voor de tolkentelefoon geeft beperkingen in neutrale informatieverwerving en advisering door hulpverleners
  • •    Voorzieningen om te zorgen dat er geen uitval is in onderwijs ten gevolge van zwangerschap en/of ouderschap; dit geldt zowel voor middelbaar voortgezet onderwijs als universitair onderwijs.
  • •    Te weinig mogelijkheden voor ouderschapsverlof voor vaders. Voor een gelijkwaardige rolverdeling in de opvoeding is een vroege betrokkenheid van vaders essentieel.
  • •    Aandacht voor uitval van 2e generatie migrantenvrouwen, die goed opgeleid zijn, maar na de geboorte van hun eerste kind vaker stoppen met werken. Omdat in medische beroepen steeds meer vrouwen van de 2e generatie migranten opgeleid worden, speelt dit ook sterk voor deze beroepsgroepen.
  • •    Voortgaande financiering voor onderzoek naar verschillen in gezondheid en ziekte tussen vrouwen en mannen. De VNVA draagt bij aan het stimuleren van onderzoek en onderwijs om deze verschillen zichtbaar te maken.
  • Nog steeds niet beschikbaar stellen van de zgn. abortuspil via huisartsen en apotheken. De minister verschuilt zich tot nu toe achter regelgeving die niet van toepassing is voor deze methode.
  • Gebrek aan kennis in de gezondheidszorg o.a. over lesbische, biseksuele en transgender onderwerpen. Protocollen worden te rigide toegepast waardoor de mogelijkheden voor aangepaste zorg beperkt worden.
  • •    Te weinig vrouwelijke hoogleraren en verschillen in beloning en ontwikkelingsmogelijkheden
  • op universiteiten voor vrouwelijke hoogleraren.
  • •    Het streven om minimaal 30% vrouwen in raden van bestuur en toezicht wordt niet gehaald.

Vrouwenrechten zijn nog steeds niet vanzelfsprekend. In onze dagelijkse praktijk kunnen we er echter zelf veel aan doen en verantwoordelijkheid nemen om omstandigheden te verbeteren. De VNVA draagt deze waarden al meer dan 80 jaar uit en doet een appèl op artsen om zich hier voor in te zetten.

Kom je in de praktijk een situatie tegen die herkenbaar is naar aanleiding van bovenstaande problematiek, deel  dat met ons door er iets over te schrijven!

Lydia Ketting-Stroet
Vice- voorzitter Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen

 

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media