HomeMediaPassie voor IBD en preconceptionele zorg: goed voor moeder en kind

Passie voor IBD en preconceptionele zorg: goed voor moeder en kind

Corrie Hermannprijs winnares 2017 bekendProfessor Janneke van der Woude is MDL arts aan het Erasmus MC en dit jaar is zij prijswinnares van de Corrie Hermann Prijs. Haar specifieke aandachtsgebied is inflammatoire darmziekten (IBD) en preconceptionele zorg. Zij heeft al veel vrouwen de kans gegeven om een goede zwangerschap te hebben door tijdig af te stemmen welke behandeling het beste is voor moeder en kind. Janneke zit daarnaast in veel besturen en heeft twee kinderen. Wat drijft Janneke?

Hoe bent u als arts geïnteresseerd geraakt in de IBD problematiek?
“De opleiding tot MDL-arts heb ik gekozen na een coschap in het toenmalige Andreas ziekenhuis in Amsterdam. Daar mocht ik onder toeziend oog van de MDL-arts "de scoop" vasthouden en dat was een soort openbaring. Hier kon ik meteen aan de gang, meteen iets vaststellen en het was mogelijk direct iets te betekenen voor een patiënt, bijvoorbeeld bij een maagbloeding.

Tijdens mijn opleiding tot MDL-arts, eerst in Amersfoort en de laatste drie jaar in Groningen, merkte ik dat deze directe zorg heel fijn was om te kunnen bieden aan een patiënt. Maar ik vond het ook heel interessant om patiënten langer te volgen en daarbij kom je snel uit bij de IBD patiënt. Op dat moment gebeurde er ook van alles binnen de IBD: er werd onder andere nieuwe medicatie voor IBD op de markt gebracht die zorgde voor een betere behandeling van deze ziekte. De IBD problematiek was voor mij een soort ideale combinatie en toen ik door Ernst Kuipers, destijds hoofd MDL nu bestuurder van EMC, gevraagd werd om in het Erasmus MC te komen werken als MDL-arts heb ik ook meteen aangegeven dat ik hiervan mijn toekomst wilde maken.”

Waar bent u het meest trots op in uw werk?
“Ik denk dat ik het meest trots ben op het feit dat we een team zijn en we samen onderzoek doen naar allerlei aspecten die te maken hebben met IBD. Voor de zorg rondom zwangerschap is het denk ik zeer belangrijk dat we hebben aangetoond dat goede preconceptionele zorg leidt tot betere uitkomsten voor de IBD moeder en haar kind.”

Waarom bent u zich verder gaan specialiseren in de preconceptionele zorg bij IBD?
“Er was destijds een patiënte die mijn interesse voor dit onderwerp op gang heeft gebracht. Op het moment dat zij zwanger was en een actieve ontsteking had van de darm waren er geen gegevens bekend over het effect van verschillende medicatievormen op de uitkomst van het kind. Daardoor kwam de ziekte onvoldoende onder controle met uiteindelijk een slechte uitkomst qua kind. Dat bracht mij ertoe om mij te verdiepen in de aanwezige literatuur en besloot door de afwezigheid van literatuur over prospectief gevolgde zwangere IBD patiënten vanuit het Erasmus MC dit kennishiaat op te vullen. Heel snel is de regio hierbij betrokken en daardoor hebben wij u het grootste prospectief gevolgde cohort op het gebied van IBD en zwangerschap. Zorg en wetenschap gingen hierbij mooi hand in hand.”

Hoe reageerde uw directe omgeving dat u zich ging bezig houden met dit onbekende thema?
“De eerste reacties waren nogal sceptisch: heb je daar nu echt poliruimte voor nodig was bijvoorbeeld een opmerking die ik te horen kreeg. Er is sindsdien veel veranderd qua onderzoek op dit gebied. Er wordt nu in meer landen gedegen onderzoek verricht naar uitkomsten van zwangerschappen en de invloed van medicatie hierop. Wij zijn daar leidend in geweest in de wereld van zwangerschap en inflammatoire darmziektes.”

Hoe zit het met de aandacht voor preconceptionele zorg bij andere chronische aandoeningen?
“Er is steeds meer aandacht hiervoor. In het Erasmus MC is er ook speciale zorg voor patiënten met een reumatische aandoening die zwanger willen worden. In het Erasmus MC hebben we nu een samenwerking in een Academic Center samen met dermatologie, reumatologie en immunologie. Niet alleen binnen de volwassen geneeskunde maar ook samen met de kindergeneeskunde. En omdat dit allemaal chronische ziektes zijn waarbij medicatie noodzakelijk is, is zwangerschap een duidelijk thema.”

Hoe heeft u het ervaren om als vrouwelijke arts hoogleraar te kunnen worden?
“Ik kan niet zeggen dat het nu zo lastig is, ik heb niet veel hindernissen ervaren. Persoonlijk had ik wel het gevoel dat er net een stapje meer nodig was en dat het soms als vrouw heel lastig is om niet als, heel oneerbiedig gezegd, ‘bitch’ te worden gezien. Namelijk, waar vaak een ‘nee’ geen probleem is bij een mannelijke collega, werd dat bij mij wat minder gewaardeerd vanuit de werkomgeving. Het Female Carreer Development programma (FCD) dat nu al enkele jaren in het Erasmus MC loopt geeft een enorme stimulans. Op meerdere vlakken wordt de eigen ambitie onder loep genomen, wat natuurlijk belangrijk is voor iedereen die carrière wil maken, maar heel specifiek leert dat programma gericht op vrouwen ook hoe deze ambitie vorm te geven, kenbaar te maken en ook vanuit een mannelijk gezichtspunt te bezien. Vooral dit laatste is van belang om verder te komen, omdat diegenen waar je mee aan de tafel zit vaak nog man zijn.”

Heeft u een motto of wijsheid die u zou willen delen?
“Werk hard, werk samen, zet door, neem niets voor vanzelfsprekend, volg je passie, maak en leer van je fouten.”

En wat is het belangrijkste voor u?
“De basis, in mijn geval mijn man en kinderen, is uiteindelijk het allerbelangrijkst. Als deze niet in balans is dan struikel je en is het volgen van je passie in je beroep lastiger maar ook minder leuk”

 

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media