HomeNetwerkplatformRolmodelMaleene de Ridder

Maleene de Ridder klRegelmatig krijg ik de vraag waarom ik me in mijn werk richt op artsen en een boek voor vrouwelijke artsen heb geschreven. In deze rubriek vertel ik graag over mijn loopbaan. Voor mij een reis die niet alleen draait om de bestemming.
Op de middelbare school was voor mij de keuze tussen een A of B-pakket snel gemaakt. Met een witte jas, een ziekenhuis en mensen helpen als toekomstbeeld hoefde ik daar niet over na te denken. Dat ik geen arts ben geworden, heeft vooral met mijn oplossingsgerichtheid te maken en minder met de Numerus Fixus. Loopbaan-technisch ben ik een echte gaandewegleerder. Ambitieus, maar door mijn positieve inslag en improvisatietalent geen planner. Al doende heb ik mijn weg gevonden. Met achteraf bekeken een duidelijke lijn en missie.

Mijn eerste baan vond ik bij toeval. Vlak voor de zomervakantie hoorde ik erover. In een split-second voelde ik dat dit iets wat voor mij was en twee gespreksrondes later tekende ik mijn contract als adviseur arbeid en gezondheid. Toen wist ik nog niet wat het betekende om als eerste vrouw te gaan werken op een research-afdeling en tegelijk mannenbolwerk. Na ruim acht jaar pionieren, vervolgde ik mijn weg bij TNO. Zelfde vakgebied, een andere setting en weer als eerste vrouw. Nu weet ik dat deze ervaringen bepalend zijn geweest voor mijn kijk op het combineren van werk en zorg. Opvallend genoeg waren het een aantal mannelijke collega’s die mij daarbij vooral de weg hebben gewezen. Zij lieten zien dat je je ambities kan combineren met een gezin. Zij en hun vrouwen waren hun tijd toen ver vooruit.

 

Eind jaren negentig startte ik mijn eigen coach- en adviespraktijk als gevolg van een verhuizing. Ik specialiseerde me in het begeleiden, adviseren en coachen van professionals en teams bij vragen op het snijvlak van persoonlijke en professionele ontwikkeling. Zo kwamen de witte jas en het ziekenhuis weer terug in beeld. Niet om alsnog arts te worden, maar als hun sparring partner.
De afgelopen jaren heb ik gemerkt dat voor de meeste vrouwelijke artsen werken en een gezin een vanzelfsprekende combinatie is. Vergeleken met een aantal decennia terug een mooie stap voorwaarts, maar met de nodige hobbels en kuilen. Vooral onzichtbare en onbewuste. Mindbugs in de woorden van diversiteitsexpert Esther Mollema. Een aantal ligt bij vrouwen zelf, de meesten zijn diep geworteld in onze maatschappij. Ze zijn vaak te herleiden naar gender-gebonden waarden en overtuigingen. Daarnaast houden instellingen en organisaties met de moeder- en/of gezinsgerichte regelingen en faciliteiten ongemerkt bepaalde (traditionele) patronen in stand. Ook hebben bepaalde patiëntengroepen voorkeur voor vrouwelijke artsen. Een ontwikkeling met de nodige gevolgen voor de workload en praktijkvoering. Alles bij elkaar maakt het het artsenleven van vrouwen anders complex dan hun mannelijke collega’s. Ze houden dagelijks veel, en soms te veel, ballen in de lucht. Vooral als ze jonge kinderen hebben. De combinatie werken en gezin kan dan gaan voelen als overleven. Met vaak als gevolg dat dromen, ambities en werkplezier langzaam naar de achtergrond verdwijnen.

maleene de ridderToen een arts op het schoolplein vertelde dat zij als een berg opzag tegen het weer aan het werk gaan na haar zwangerschapsverlof ontstond bij mij het idee voor een boek. Zij was niet de eerste die mij dit vertelde en zou zeker niet de laatste zijn waarbij stress de overhand krijgt en het werkplezier en ambities naar de achtergrond dwingt. Mede door berichten in de media over burn-out en uitval onder jonge artsen ging dit idee niet meer uit mijn hoofd. Diezelfde zomer las ik het boek “How remarkable women lead’ van Joana Barsh (2009). Het sterkte mij in mijn gevoel dat ik mijn ervaringen wilde doorgeven via een boek speciaal voor de groep vrouwen waar ik veel mee werk en me mee verbonden voel. Juist nu. In een tijd van voortdurende verandering waarin de mogelijkheden voor vrouwen nog nooit zo groot zijn geweest, maar waarbij oude patronen en verwachtingen hen vaak nog behoorlijk in de weg zitten. Zelfs zo dat sommigen andere keuzes maken dan zij het liefst zouden willen doen en anderen zelfs afhaken. Dat is doodzonde en een enorm verlies van talent. Voor de betrokkene zelf, maar net zo goed voor onze gezondheidszorg waar vrouwelijke kwaliteiten zeer gewenst zijn.

Toen ik mijn idee besprak met een aantal vrouwen leverde dat enthousiaste reacties. Ze hadden het willen lezen aan het begin van hun artsenloopbaan. Voor deze groep heb ik dit boek primair geschreven. Als houvast en perspectief. Om balans te (leren) vinden tussen hoofd, hart en handen en tussen moeten, willen en kunnen. En om binnen een nog relatief traditionele wereld te durven kiezen voor je eigen (artsen)leven. Mijn stelling is dat niet hoeft worden gekozen tussen of werken of zorgen. Ambities en moederschap gaan prima samen mits er voldoende veerkracht is. Door drukte in het werk en thuis komen veel artsen weinig toe aan het stilstaan bij eigen handelen, laat staan bij wat men echt wil. Ik hoop dat mijn boek artsen uitnodigt dat te doen. Op die manier kan je veerkrachtig balanceren en voluit vanuit je hart leven en (blijven) werken. Met minder kans op opbranden of afhaken.
Voor mij was het schrijfproces een ontdekkingsreis, met onderweg inspirerende ontmoetingen. Als mijn boek vrouwelijke artsen helpt vast te houden aan de drive, ambities en plannen waarmee ze aan hun studie geneeskunde begonnen dan is mijn missie geslaagd!

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media