HomeNetwerkplatformRolmodelProf. dr. Angela Maas

Bron: fd. persoonlijk, Karin Kuijpers

PUTFKNHV0OUoAvr7Zpp5gyS644s

‘Ik wilde mijn zachtheid niet verliezen’

Angela Maas is cardioloog en hoogleraar, gespecialiseerd in vrouwenharten. Dwars tegen de gevestigde orde in zet ze haar specialisme op de kaart. ‘Ik heb me vaak eenzaam gevoeld, maar af en toe huilen helpt.’

Het was een totale verrassing. Ze had die woensdagochtend 26 april een oude broek aangetrokken, het was koud en het was niet echt een dag met bijzondere afspraken. Vanwege een wachtlijst van acht maanden zou ze ’smorgens een extra spreekuurtje hebben met vijf patiënten in het Radboudumc in Nijmegen. Maas: ‘De secretaresse meldde dat twee patiënten hadden afgezegd. Ik reageerde knorrig. “Zit ik daarvoor hier…” Maar ja, toen kwam ineens de burgemeester binnen…’

Met 27 andere Nederlanders kreeg Angela Maas (60) dit jaar een hoge onderscheiding: Officier in de Orde van Oranje-Nassau. ‘Ik ben twee dagen van de kook geweest. Het is een grote waardering voor mijn werk.’

Of ze het lintje ook draagt? Lachend: ‘Nee zeg, natuurlijk niet. Het ligt in een doos. Mijn jongste zoon, Eric, feliciteerde me en zei meteen: “We moeten er wel aan denken het terug te sturen na jouw overlijden, anders moeten we een boete van 250 euro betalen.”’

Op de dag van het interview is de oude broek ingeruild voor een elegante jurk en halfhoge hakken. ‘Ik draag niet graag heel hoge hakken, dan ga ik raar lopen en daar moet je voor oppassen als je ouder bent.’ Het kastanjebruine haar strak geföhnd. Haar vriendinnen noemen haar gekscherend Beatrix. Zus Monique ziet haar als ze op bezoek is in Italië ’sochtends steevast in de krulspelden. ‘Mogen alleen intimi zien’, zegt Monique.

De bruine ogen zijn versierd met permanent opgemaakte wenkbrauwen en eyeliner. ‘Een uitvinding’, vindt Maas. ‘Als ik nachtdienst had, moest ik vaak rollend mijn bed uit en wilde ik toch eyeliner op. Dit is supermakkelijk. Het deed enorm pijn, maar het zijn de enige tatoeages die ik heb’, lacht ze.

De cardioloog houdt ervan zich elegant te kleden. Ze is gek op winkelen. ‘Mijn man kan aan de hand van mijn creditcard precies mijn winkelroute uitstippelen. Vooral schoenen- en tassenzaken. Hij zegt weleens “Wordt het niet wat veel?”, maar ik heb er lol in. En ik betaal natuurlijk alles zelf.’

Denk niet dat ze van de designers is. ‘O nee, veel te duur en ik wil niet in een hokje worden geduwd. Ik ben geen Pauw-meisje, daar heb je er dertien in een dozijn van.’ Ze draagt ook geen dure horloges, rijdt een Volvo ‘zonder liflafjes en met de kop eraf’. Het duurste kledingstuk was ooit in de uitverkoop een jasje van 600 euro – ‘Toen ging ik echt een grens over’ – en je zult haar zelden in een driesterrenrestaurant aantreffen. ‘Ik word helemaal gek van al die obers om me heen met hun avondvullende programma en idiote wijnen. Doe mij maar gewoon een gezellige hap.’

Hoe is het met uw eigen hart? ‘Ik heb sinds jaren een hoge bloeddruk, opgemerkt nadat het ritme een paar maal van slag was geweest. Ik ben gezonder gaan eten, meer gaan sporten en ik slik een pilletje voor de bloeddruk. Sindsdien heb ik geen ritmestoornissen meer gehad.’

Waarom koos u ervoor u te specialiseren in vrouwenharten? ‘Hart- en vaatziekten zijn lang beschouwd als een typische mannenziekte. In de jaren zestig en zeventig konden vrouwen zelfs een cursus volgen om beter te leren zorgen voor hun man als die herstellende was van een infarct. De man was de norm, hartklachten bij vrouwen waren vager en werden door mannelijke artsen afgedaan als óf overgangsklachten óf gezeur.’

‘Ik was een jaar of drie cardioloog, toen een vrouwelijke patiënt woedend riep: “Waarom legt u niet uit wat mijn klachten zijn?” Haar opmerking zette me aan het denken. Ik ben sindsdien alle wetenschappelijke literatuur op het gebied van vrouwenharten gaan lezen.’

Wat zijn de verschillen tussen een mannen- en een vrouwenhart? ‘Mannen hebben veel eerder en vaker een vernauwing in een of meer kransvaten, die met een dotter- of bypass-operatie goed te behandelen is. Daarop heeft de geneeskunde zich altijd gericht. Maar bij vrouwen komen de vernauwingen later en spelen gevarieerdere oorzaken een rol. Hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap, een vroege menopauze, suikerziekte die gepaard gaat met vermoeidheid, kortademigheid, pijn in de kaken, de rug of tussen de schouderbladen. Bij vrouwen zijn vernauwingen meer diffuus en dus niet zo gemakkelijk te herkennen op bijvoorbeeld een inspannings-ECG.’

Volgens uw collega Suzette Elias hebt u het vrouwenhart internationaal op de kaart gezet. U streeft uw idealen na ondanks gemor van mannelijke collega’s. ‘In de beroepsgroep heerst helaas nog steeds een machocultuur. Toen ik 35 jaar geleden begon, werd er behoorlijk denigrerend gedaan over vrouwelijke artsen. Ik hoopte dat dit in de loop der tijd zou verdampen, maar het is helaas nog steeds zo. Laatst nam een vrouwelijke hoogleraar in Amsterdam afscheid van het voorzitterschap van de cardiologische beroepsgroep, kreeg ze van de mannelijke collega’s twee grote pakken waspoeder cadeau. Nou ja zeg.’

Hebt u zelf ook dit soort ervaringen? ‘In 2003 ben ik een vrouwenspreekuur begonnen. Dat vonden collega’s maar een rare modegril. “We zullen ervoor zorgen dat dit over een jaar weer verdwenen is”, kreeg ik te horen. Ik heb me erin vastgebeten, maar ik heb me ook eenzaam gevoeld. Ze lieten me mijn gang gaan, onder het motto “daar zijn we mooi vanaf”, maar ik ben daardoor ook in een isolement gekomen. Er werd met mij niet over andere beroepszaken gesproken, want ach, Maas gaat alleen over vrouwen. In onze beroepscultuur zijn mannen niet gewend dat ook vrouwen het goed kunnen doen. Als je geen succes hebt, word je geminacht, als je wel succes hebt zeggen ze dat het niets voorstelt. Toen ik in 2012 de eerste leerstoel vrouwencardiologie kreeg, ontving ik van een collega een haatmail. Dat ik maar in de Efteling moest gaan werken omdat ik in sprookjes geloofde.’

Hoe hebt u dat 35 jaar volgehouden? ‘Ik heb in mijn loopbaan een aantal keren een coach in de arm genomen. Door het ontbreken van morele steun dreigde ik te verharden. Je kunt er in een machocultuur niet als een jankende muts bij gaan zitten, dan lig je er sowieso uit. Er waren genoeg redenen om rancuneus te zijn en te verzuren, maar ik wilde mijn zachtheid niet verliezen. Mijn coach heeft mijn zachte kant weer naar boven gehaald.’

Hoe ging dat? ‘Al in de deuropening van haar spreekkamer ging ik huilen en dat hield ik twee uur vol. Er kwam geen tekst uit. Ik kwam thuis en zei tegen mijn man: “Nou, ik heb een fortuin betaald om twee uur te huilen.” Ook privé waren er moeilijke omstandigheden, dus ik moest oppassen dat ik niet knakte. Maar de coach heeft me enorm geholpen, de hele bende mocht eruit.’

Tuinbroek

Als kind speelde ze al graag doktertje. Zus Monique: ‘En zij moest altijd de dokter zijn.’ Haar vader begon eind jaren vijftig een huisartsenpraktijk aan huis. De tomeloze energie heeft ze van hem. Haar zus: ‘Ze heeft een tijd gehad dat ze in opleiding was tot specialist, nachtdiensten draaide, twee kleine kinderen had, en dan was ze tussendoor nog haar eigen kleren aan het naaien.’

Maas studeerde medicijnen in Groningen in de nasleep van de tweede feministische golf. ‘Ik was een activist, heb zelfs een tuinbroek gehad, zo verschrikkelijk lelijk, maar lesbisch, zoals veel vrouwen in die tijd, ben ik niet geworden. Ik heb het wel een keer geprobeerd, maar ik dacht: nee.’ Scharrelen met mannen vond ze veel leuker in die vrije jaren zeventig. Maas: ‘Ik was een wilde, vrijen zonder condoom, dat werk. In Griekenland kreeg ik een relatie met een leuke Griek, die Georgos heette. Zo heten ze daar allemaal. Een leuke tijd. Ik ben nog een keer voor hem teruggegaan, maar toen viel het tegen.’ Of ze veel gemeenschappelijk hadden? ‘Ik heb geen idee, ik heb niet veel met hem gesproken, daar ging onze relatie niet over.’ Brede lach.
Haar huidige man, Ernst, ontmoette ze toen ze 29 was. Een cardioloog ja, grinnikt ze. ‘Op een congres was er een livedemonstratie, maar die patiënt ging bijna dood en moest met spoed worden geopereerd. Ik had dienst voor de hartbewaking. Ernst zat naast me, ik vroeg of hij mijn tas wilde vasthouden en ben weggehold. Later dacht ik: hemel, hij heeft die tas nog. Er volgde een etentje, nog een afspraak, en de vlam sloeg in de pan.’

Ernst, gescheiden, vertelde Maas over zijn twee zonen, die het gras van zijn huis maaiden. Ze dacht: hoe kun je zulke kleine kinderen dat laten doen? Hij bleek zestien jaar ouder te zijn, zijn kinderen waren pubers. Ook hier moest Maas hobbels nemen. ‘Hij woonde in een chique buurt in Apeldoorn, waar mensen met leden van het koninklijk huis omgingen. Vrouwen probeerden hun kinderen aan een van de prinsen van Pieter en Margriet te slijten. Vaak waren ze van adel. Kwam ik aan met mijn korte achternaam. Iedereen dacht dat ik een scharrel was, een onnozele secretaresse. Ach, in het begin ben je altijd onzeker en dan houdt dit soort dingen je bezig.’

Obsessie voor wieltjes

Er kwamen kinderen. Bij de oudste zag ze iets bekends. ‘Mijn jongste zus was een soort pop, ze sprak niet. Autistisch. Het was een schok toen onze oudste zoon, Arthur, dat ook bleek te zijn. Voordat hij drie was hadden we al de diagnose. Hij is naar logopedie gegaan om te leren praten. Als autisten zich niet kunnen uitdrukken, gaan ze schreeuwen en op de grond liggen spartelen. Vanaf zijn vierde is hij naar het speciaal onderwijs gegaan. Dat zou ik ieder kind gunnen. Tien kinderen in de klas, met twee leerkrachten, beter kun je het niet treffen. Hij hoefde gelukkig nooit in busjes te zitten. We hadden heel goede oppasmoeders, die hem lopend van school haalden. Feit blijft dat autisten in iedere levensfase beperkingen hebben. Ze kunnen wel dingen leren, maar de integratieproblemen met hun omgeving verdwijnen nooit.’

Wat vond u moeilijk? ‘Gedragsdingen. Arthur had toen hij een jaar of vier was bijvoorbeeld een enorme obsessie voor wieltjes. Ik kon niet met hem naar de supermarkt. Dan wilde hij met alle boodschappenkarren gaan rijden, anders kreeg hij een hysterische aanval. Ging ik zonder boodschappen naar huis.’

Schaamde u zich? ‘Nou, ik dacht wel: moet ik dit gaan uitleggen? Ook het speciaal onderwijs vond ik in het begin lastig. Zat ik op ouderavonden tussen de tokkies en dacht ik: hier hoor ik niet bij. Maar ik hoorde er wel bij.’
Wat heeft het u geleerd? ‘Ik denk dat ik er als dokter menselijk door ben gebleven. Ik begrijp de schok van patiënten als ze opeens ziek blijken te zijn. Dat het leven niet perfect of stuurbaar is. Ik heb eraan kunnen wennen dat mijn zoon die stoornis heeft, maar ik wilde geen zorgende moeder zijn die hem constant de hand boven het hoofd hield. Ik kan morgen dood neervallen, dus hij moest op eigen benen leren staan.’

‘We hebben hem op talencursussen naar Engeland en Spanje gestuurd en ook een keer op een vliegtuig gezet, voor twee maanden naar een jeugdkamp in Suriname. We deden wel even een gebedje, in de hoop dat het goed zou gaan. Nu is hij 28 en woont in een beschermde woongroep. Hij heeft op een privéschool zijn havodiploma gehaald, maar is wel afgekeurd voor werk. Een paar jaar terug heeft hij een zware crisis doorgemaakt, nu gaat het gelukkig weer beter en denken we erover een appartementje voor hem te kopen met een paar keer per week supervisie. Hij heeft ook recht op privacy.’

Bent u trots op hem? ‘Ja, op zijn manier doet hij het heel goed. Hij krijgt een kleine uitkering en daar spaart hij ook nog eens flink van, want hij vindt dat hij aan zijn pensioen moet denken. Kijk, de grote droom van ouders van een succesvol kind met alles erop en eraan is het niet, maar wat is succesvol? Hij kan beter koken dan ik. Maakt de lekkerste zoete aardappels met macaroni en worst. Heeft-ie in Suriname geleerd. En hij laat ons alle kerken ter wereld zien omdat hij op zoek is naar de ideale kerk. Die niet bestaat natuurlijk, maar laat hem dat zelf maar ontdekken.’

En uw andere zoon? ‘Eric heeft wiskunde gestudeerd en is met een proefschrift bezig over een thema in de wiskunde, de topologie, dat ik niet kan uitleggen. Het is een aardige, sociale jongen, die van muziek, literatuur en filosofie houdt.’

Kant-en-klare pannenkoeken

Elke dag staat Angela Maas om kwart voor zes op. Ernst maakt een beschuitje voor haar en gaat sporten, Maas spoedt zich naar het Radboudumc om haar patiënten te zien en haar hoogleraarschap uit te oefenen. Sinds 2012 werkt ze er en ze heeft het naar haar zin. ‘Ik kreeg hier voor het eerst een functioneringsgesprek. Had ik 25 jaar niet gehad want dokters functioneerden altijd goed. Waren God. Ik was eerst een beetje bang, het voelde of ik terug naar de schoolbank moest. Maar als wij als artsen dit soort gesprekken gewoon gaan vinden, gaan we het ook normaler vinden om tegen een patiënt te zeggen: dat heb ik toch niet goed gedaan. Patiënten accepteren dat altijd, ze vinden het veel erger als een dokter ontkent dat het anders had gemoeten.’

Hebt u medische fouten gemaakt? ‘Elke dokter heeft zijn eigen kleine kerkhofje hè. Er kunnen natuurlijk altijd complicaties optreden. Maar een calamiteit is een probleem dat had kunnen worden voorkomen. Natuurlijk heb ik dat een aantal keren meegemaakt. Meer dan twintig jaar geleden heb ik voor een patiënt bij een bloedbank zakken bloed besteld en daar bleek hiv in te zitten. Die vrouw is een paar weken later overleden. Ik kreeg dat als jonge dokter door de directeur van de bloedbank in mijn schoenen geschoven omdat ik die bestelling had gedaan. Maar ik ging natuurlijk helemaal niet over de kwaliteit van het bloed. Als dat nu zou gebeuren zou ik helemaal hels worden en naar de inspectie gaan.’
Veel calamiteiten zijn volgens Maas ‘onder de pet’ gebleven. ‘Ik heb in Zwolle bijvoorbeeld zeven jaar met een disfunctionerende collega gewerkt, zijn fouten moesten altijd worden gecamoufleerd. Ik was de enige vrouw in het team en ben uiteindelijk klokkenluider geweest, maar ik heb daar heel veel last van gehad. Elke avond dronk ik een glas wijn met mijn man en had ik het over wat er fout ging. Op zeker moment zei hij gekscherend: “Moet je niet met hem trouwen? Het gaat altijd over hem.” Uiteindelijk is hij ontslagen.’

In haar werkkamer hangt een schilderij van een vrouw die over een drempel stapt. Maas liet het door de Franse kunstenaar Catherine Aubelle maken toen ze in 2014 het onderzoeksfonds Hart voor Vrouwen oprichtte. ‘Ik ben kunstliefhebber. In ons huisje in Frankrijk hebben we heel veel schilderijen hangen. Niet heel dure hoor. Aubelle exposeerde bij ons in de buurt en ik vroeg haar dit schilderij te maken.’
Ze wil geld om verder onderzoek te doen. Want, zo klinkt het waarschuwend: ‘In deze tijd gaan vooral jonge vrouwen vaker dood door hartinfarcten dan mannen. Ze roken meer en vinden dat in hun leven alles perfect moet. Jonge vrouwen zouden meer moeten accepteren dat er soms iets mislukt of iets er niet van komt. Dan heb je minder ongezonde stress en dat is beter voor je hart.’
‘Ik heb me ook weleens schuldig gevoeld als ze op school vroegen waarom ik nooit op een ouderavond kwam en als er thuis kant-en-klare pannenkoeken op tafel stonden, maar echt loslaten heeft nut, je moet je kinderen ook hun eigen struikelingen gunnen.’

Aan ontspanning komt Maas nauwelijks toe. Behalve de dagelijkse werkzaamheden is er een leerboek dat moest worden geschreven, ze zit in de raad van toezicht van een klein ziekenhuis, in het bestuur van maandblad Opzij, ze assisteert op 29 september Dress Red Day en zit in onder andere een commissie van het L’Oréal-Unesco For Women in Science Fund en het bestuur van het landelijk netwerk vrouwelijke hoogleraren.
Maar ‘ho even’, haast ze zich te zeggen, sinds een maand is er dat abonnement op Netflix. ‘Vreselijk verslavend. De serie Narcos was geweldig, ook omdat ik in mijn wilde tijd in Colombia zelf ook weleens in zo’n hoerenkast met enge kerels terecht ben gekomen.’ House of Cards boeit haar dan weer minder. ‘De realitysoap van Trump verslaat de tv-serie.’

En als ze in Frankrijk is, in hun huis midden in de wijngaarden in de Mâcon, leest ze meters boeken weg, terwijl Ernst de tuin verzorgt. Thuis in Nederland geeft de buurvrouw dan de planten water. De buurt heeft Maas ter ere van haar onderscheiding een oranjeboompje gegeven, maar dat ligt al op apegapen. Want Angela Maas heeft geen tijd voor dat soort dingen.

 

Bron: fd. persoonlijk, Karin Kuijpers

Fotografie: Mark Prins

 

In 2017 heeft Prof. dr. Angela Maas i.s.m. C.N. Bairey Merz het boek 'Manual Of Gynecardiology - Female-Specific Cardiology' uitgegeven. Een echt handboek voor professionals in de praktijk. Klik hier voor meer informatie over het boek.

 

 

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media