Sylvia Buis 1 1Ik ben geen voorbeeld van iemand die al jong wist wat ze wilde worden, en zeker geen huisarts. In een tijd waarin het lijkt alsof je al op je veertiende je cv klaar moet hebben om een kans te maken geneeskunde te studeren, geneer ik me soms dat ik me destijds bij geneeskunde heb ingeschreven omdat het me wel leuk leek, ingeloot werd en maar gewoon begonnen ben. Ik vond de studie boeiend, ook wat beperkt, en trof in Filosofie van de geneeskunde en in het bijzonder Medische ethiek een grote uitdaging. In die tijd werd ik ook lid van de VNVA, want vrouwelijke artsen waren in mijn omgeving dun gezaaid. Bij de VNVA was de sfeer heel open en in tegenstelling tot de studie kwam je heel makkelijk in gesprek met andere (bijna) artsen en ging het over nieuwe thema’s als gender en persoonlijke ontwikkeling. De trainingen van Ina Vader waren eye openers; bij Ina leerde ik hoe belangrijk het is jezelf te kennen, te ontdekken wat bij je past door te gaan doen, dat je ook altijd in een context zit die van invloed is op jou en andersom en hoe belangrijk communicatie is.

Hoewel ik geen duidelijk omlijnd plan had, heb ik altijd op allerlei passende en boeiende plekken gewerkt. Zo werkte ik een paar jaar als arts-assistent interne, psychiatrie en bedrijfsgeneeskunde en gaf les. Ik kon, juist omdat ik niet vastzat, met mijn man mee naar net-geen-communistisch-meer Litouwen waar ik heel bijzondere situaties heb ervaren in de public health, evenals later in Vietnam waar ik projecten begeleidde voor Cordaid. Tussendoor deed ik een Master of Public Health en zo besloot ik bijna het patiëntencontact vaarwel te zeggen. Tot ik na drie jaar, met het oog op terugkeer naar Nederland, bedacht dat huisarts wel iets voor me zou kunnen zijn – mijn coschapsbeeld van een solist was niet meer up-to-date, begreep ik van vriendinnen – en juist ook omdat je het kon combineren met andere activiteiten. Ik kon zo de opleiding in en weet nog dat het erg zoeken was wat voor arts ik wilde en kon zijn, en hoe ik het moederschap (we hebben twee zonen) ging combineren. Voor mij was af en toe thuiszijn met de kinderen een duidelijke keuze, en gelukkig kon mijn man ook ouderschapsverlof nemen zodat de balans niet heel scheef was.

Gelukkig heb ik uiteindelijk ervaren dat het huisartsenvak bij me past; een vak waarin je breed moet en kunt denken, zelf kunt bepalen wanneer je de diepte in wilt, kunt samenwerken met collega’s en zo veel anderen, altijd wel een aanknopingspunt hebt om met een patiënt verder te komen, je veel voor mensen kunt betekenen en ook aanstaande collega’s kunt begeleiden. Ik werk in een groot gezondheidscentrum met een grote populatie ouderen en krijg veel energie van allerlei neventaken zoals PATz, Zorgadviesraad en coördinator Academische huisartsenpraktijk en mee te denken over allerlei thema’s. Natuurlijk is het soms wel eens te veel en te complex, maar ik geniet ervan, juist in de interactie met mijn andere rollen. Sinds een jaar of zeven ben ik parttime docent bij het studentonderwijs Huisartsgeneeskunde van de Erasmus universiteit. Ik zet studenten graag aan tot kritisch denken (klinisch redeneren) en nadenken over hun relatie tot patiënten, zichzelf en de dood (palliatieve zorg).

Toen ik een paar jaar geleden op zoek was naar ‘wat anders’ erbij, kreeg ik de vraag of ik VNVA voorzitter wilde worden. Dat was een rol waarover ik wel even heb moeten nadenken, met zoveel illustere voorgangsters. Ik ben blij dat ik de uitdaging ben aangegaan. Ook al had en heeft de VNVA het tij nu niet mee, het was uitdagend en leerzaam en ik heb met veel prettige mensen kunnen samenwerken en de bestuurlijke kant van de zorg beter leren kennen. Na drie jaar was het voor mij wel genoeg, want het is een flinke klus. Ik kreeg weer tijd om meer te sporten, te lezen, schrijven en ik ben weer meer gaan schilderen. In de ruimte die is ontstaan ben ik een beetje aan het proeven aan de wetenschap. Samen met anderen heb ik een paar artikelen geschreven en daar ligt misschien een nieuw terrein om verder te ontdekken.

Natuurlijk heb ik niet zomaar alles dat op mijn pad kwam opgepakt en is er ook veel ruimte voor twijfel geweest. Juist met mijn eigen filter van ervaring, interesse en waarden, en soms met wat hulp van een coach, komen er steeds weer nieuwe draadjes bij in het weefwerkje om zo thema’s als ‘wat is goede patiëntenzorg’, ‘wat is een goede dokter’ en ‘hoe kan het beter’ met elkaar te verbinden als een creatief proces. Ik vind het fascinerend dat iedereen dat op zijn of haar eigen manier doet en deelt. Of je nu juist kiest voor een vast pad of het wat losser laat, het is altijd nuttig om af en toe even stil te staan bij het vakje ‘belangrijk en niet urgent’: de vraag ‘waar sta ik en past het nog?’.

 

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media