HomeNieuwsPromotiesMargret Alers - 20 januari 2015

image-2015-01-27 bul uitreikingDinsdag 20 januari 2015 promoveerde Margret Alers aan de Radboud Universiteit Nijmegen met haar onderzoek getiteld: Specialty Preferences of Medical Students: Gender and Work-Life Balance.
Met op de achtergrond de feminisering bij geneeskunde studenten en een onevenredige verdeling over de medische specialisaties bestudeerde zij hoe mannen en vrouwen al tijdens hun studie verschillen in specialisatievoorkeur en welke factoren hiermee samenhangen. Met een vragenlijst over motivatie, een fulltime of parttime werkvoorkeur, afwegingen in een werk-privé balans keek zij in jaar 1,3 en 6 naar de mening van geneeskundestudenten. Ook vergeleek zij culturele verschillen met Zweden. In het laatste jaar interviewde in focusgroepen studenten voor redenen voor hun specialisatie keuze en stelde ze daar thema's in vast. Een internationale literatuurstudie plaatste de studieresultaten in een bredere context.

Een sekseverschil en cultureel verschil in specialisatie voorkeur is vanaf het begin van de studie van invloed op specialisatie voorkeur door afwegingen in de werk-privé balans. In jaar 1 heeft 60% van de studenten een specialisatie voorkeur. Mannen kiezen vaker voor chirurgie, vrouwen voor kindergeneeskunde. Alleen vrouwen kiezen voor gynaecologie. En beide kiezen Interne. In Zweden er geen sekseverschillen in specialisatie voorkeur zijn behalve dat ook daar bijna alleen vrouwen gynaecologie kiezen. Mannen hebben vaker als motivatie carrière salaris en techniek; vrouwen vinden het combineren van carrière en zorgtaken en aantrekkelijke werktijden belangrijk. In Nederland wil 80% van de mannen en 50% van de vrouwen fulltime werken. In Zweden willen beiden 70% fulltime werken. In zowel Nederland als Zweden werken in de meeste specialisaties vrouwen minder fulltime. En vrouwen die aantrekkelijke werktijden waardeerden hebben meer interesse in huisartsgeneeskunde en minder in chirurgie. De interessante inhoud van een specialisatie en veel patiënten contact blijkt voor mannen en vrouwen de belangrijkste motivatie. In zowel Nederland als Zweden vinden vrouwen vaker dat er een gelijkheid in carrièremogelijkheden en zorgtaken moet zijn en dat hun carrière invloed heeft op hun gezinsleven. Vrouwen die chirurgie kiezen benadrukken het meest gelijke carrièremogelijkheden.

Halverwege de studie, na drie jaar theoretisch onderwijs, heeft 80% van de studenten een specialisatie voorkeur. Seksespecifieke verschillen consolideren, vrouwen willen nog meer parttime werken en anticiperen vaker op zorgtaken. We stellen vast dat een voorkeur in jaar 1 voor chirurgie, gynaecologie, of huisartsgeneeskunde de kans vergroot op die voorkeur in jaar 3. 90 procent van de mannen wil fulltime werken en slechts 30 procent van de vrouwen. Mannen houden vanaf het begin vast aan fulltime voorkeur terwijl een op de vier vrouwen hun fulltime voorkeur omzet in een parttime voorkeur. Zowel mannen als vrouwen verwachten dat het hebben van een gezin de carrière van vrouwen zal beinvloeden.

Aan het einde van de studie heeft 90% van de studenten een specialisatie voorkeur. We zien nu dat vrouwen vaker huisartsgeneeskunde kiezen. 80% van de mannen en 50% van de vrouwen willen fulltime werken. Een fulltime voorkeur leidt vaker tot een keuze voor chirurgie, interne geneeskunde of neurologie, een parttime voorkeur tot huisartsgeneeskunde of psychiatrie. Mannen en vrouwen kiezen vaker voor fulltime werken als ze gelijke carrièrekansen waarderen of als ze verwachten dat hun partner minder ambitieus is. Vrouwen die chirurgie kiezen waarderen gelijke carrière kansen het meest. Als vrouwen verwachten dat hun partner minder ambitieus is kiezen ze vaker voor chirurgie; en een ambitieuzere partner verhoogt de kans op huisartsgeneeskunde. We concluderen dat het anticiperen van vrouwelijke studenten op carrière en zorgtaken hun focus op fulltime werken verzwakt, wat zeer invloedrijk is voor hun specialisatie voorkeur

Bijna alle eindejaars studenten vinden bij het interview dat ze hun specialisatie kiezen aan het einde van hun co-schappen. Het hoofd thema daarbij is de interessante inhoud van een specialisatie en die heeft voor beide seksen dezelfde kenmerken. Bijvoorbeeld hectiek en techniek en minder patiënt contact bij chirurgie of juist veel patiënt contact en divers en minder competitie bij huisartsgeneeskunde. Thema’s die van grotere invloed zijn voor vrouwen zijn:
De werk-privé balans, waarbij vrouwen meer de privé kant benadrukken en mannen de werk kant.
Specialismen buiten het ziekenhuis worden benoemd als geschikter voor de privé balans.
D
e werkplek cultuur ervaren tijdens co-schappen bemoedigt of ontmoedigt sterk de keuze vooral bij vrouwen.
E
n toelatingseisen zijn alsnog een reden voor een specialisatie keuze, bijvoorbeeld de workload, een promotie eis, maar ook zwangerschap en zelfs positieve discriminatie van mannen.

We zien dus dat afwegingen in werk-privé balans, de ervaren cultuur op de werkplek bij de co-schappen en toelatingseisen, een seksespecifieke invloed hebben op de specialisatie keuze van vrouwen. Onze review laat zien dat er internationaal eenzelfde sekseverschillen zijn gedurende de hele geneeskunde opleiding, waarbij mannen kiezen voor chirurgie en vrouwen voor huisartsgeneeskunde, gynaecologie en

We vatten ons onderzoek samen in 5 conclusies:

1. De interessante inhoud van een specialisatie door mannen en vrouwen wordt genoemd als de belangrijkste keuzebepaler. En dat kenmerken voor een specifieke specialisatie voor mannen en vrouwen hetzelfde zijn.
2. De verwachtingen die vrouwelijke studenten hebben over carrière en zorgtaken verzwakt hun focus op fulltime werken en dat is zeer invloedrijk voor hun specialisatie voorkeur.
3. Het Nederlandse culturele rollenpatroon in de verdeling van carrière en zorgtaken hangt samen met sekseverschillen in specialisatie voorkeur.
4. Sekseverschillen in carrière voorkeuren zijn aanwezig vanaf het begin van het medisch onderwijs en consolideren halverwege de medische opleiding. Carrière besluitvorming vindt dus niet plaats op het einde maar aan het begin van de opleiding.
5. Medische studenten, medisch onderwijs en de medische beroepsgroep conformeren zich aan een heersend rollenpatroon rondom de verdeling van carrière en zorgtaken, terwijl dit een negatieve invloed heeft op de loopbaan van vrouwelijke geneeskunde studenten.

Hoe nu verder? We bereiken een gewenste werkelijkheid als een specialisatie keuze van mannen of vrouwen gebaseerd is op inhoud en competentie en niet door een cultureel bepaalde werk-privé balans. Daarom adviseren wij dat er een discussie komt over ons culturele rollenpatroon, er een duidelijk beleid is van ziekenhuizen ten aanzien van hun artsen, maar vooral dat er een actieve loopbaanbegeleiding komt op basis van inhoud en vaardigheid vanaf het begin van het medisch onderwijs, en onderzoek daarover.
D
ie voor verdere inhoud van de promotie en discussie ook het digitale proefschrift dat is in te zien via http://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/134348/134348.pdf?sequence=1

 

Invitational Conference getiteld: Specialty Preferences of Medical Students: Gender and Work-Life Balance.
Dinsdag 20 januari 2015 werd te Huize Heyendaal een Invitational Conference georganiseerd door de vakgroep Vrouwenstudies Medische Wetenschappen van de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc en mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de VNVA.
Onderwerp was ‘Specialty Preferences of Medical Students: Gender and Work-Life Balance’, promotie van Margret Alers later die dag. Haar promotor professor Toine Lagro-Janssen was dagvoorzitter.

De conference stelde zich ten doel met docenten en belanghebbenden op het gebied van gender en medisch onderwijs strategieën voor een inhoudelijke en competentiegerichte loopbaanbegeleiding voor mannelijke en vrouwelijke studenten te ontwikkelen. Opleidingsdirecteur van geneeskunde bij het Radboudumc, Prof. dr. Roland Laan opende de bijeenkomst. Hij gaf een toelichting op de huidige situatie van geneeskunde studenten ten aanzien van hun beroepskeuze door het schetsen van de ontwikkelingen van het nieuwe curriculum dat in het najaar van 2015 begint en veel meer afstemd op de persoonlijke kleur van de student in samenhang met de vraag vanuit de beroepsgroepen.
Het eerste deel van het congres was bedoeld voor een situatie beschrijving van mannelijke en vrouwelijke medische studenten in hun carrière keuzen. Helaas verviel een situatiebeschrijving vanuit Zweden omdat Professor Katarina Hamberg van Umeå University Zweden wegens ziekte was verhinderd. Marc Soethout, sociaal geneeskundige en opleidingscoordinator bij het Vumc, presenteerde de situatie in Nederland met landelijk verkregen data (NIVEL, KNMG en IMBK). In algemene zin stond hij stil bij de aansluiting van behoefte vanuit het beroepsveld en wensen van studenten.

Bij tweede deel van het congres lag de nadruk op de situatie rondom afwegingen in een werk-privé balans. Gabie de Jong, chirurge bijna klaar met haar opleiding en voorzitter van De Jonge Specialist, vervolgde de bijeenkomst met een reflectie vanuit het artsenvak. Zij beschreef vanuit een persoonlijke invalshoek ervaringen van jonge aio's. Hierin de keuzes van jonge artsen op inhoud en rekening houdend met privé situatie, gezin en keuzes later op dat gebied. Ze maakte daarbij ook een uitstapje naar de behoefte die er is om behalve medisch inhoudelijk ook in bredere zin te worden opgeleid namelijk vanuit competentie en bijvoorbeeld op het gebied van communicatie, management en teamwork.

Tot slot vertelde Rutger-Jan van der Gaag, psychiater en voorzitter van de KNMG, over gender verschillen in aanleg en opvoedingsstijl, waardoor de gelijkwaardigheid al vroeg uitelkaar loopt. Daarbij stond hij ook stil bij de gezichtspunten van zijn nicht Nikki van der Gaag in haar recente boek "Feminism & Men" over de vraag "Women in the lead... why not", en hij rondde af met een beschouwing over de strategie waarmee de KNMG medisch leiderschap met name bij vrouwen probeert te stimuleren.
In het kenniscentrum kunt u hun presentaties terugvinden en lezen.

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media