HomeVan de voorzitterVoorwoord Nieuwbrief 1, 2016

Tijdens het groepsonderwijs palliatieve zorg voor oudste coassistenten huisartsgeneeskunde stel ik altijd de vraag in hoeverre emoties van de dokter tot nu toe aan de orde waren gekomen. Meestal krijg ik de reactie 'vrij weinig', en praten we verder naar aanleiding van de blog van Mariska Koster over het negeren van emoties. Deze keer bleef het even stil, tot een van de coassistenten zei dat het juist wel veel aan de orde kwam. 'Je moest toch steeds reflectieverslagen schrijven hoe je over dingen dacht en waarom je het deed. Maar', voegde ze snel toe, 'die werden ook beoordeeld, dus je keek wel uit wat je opschreef'. Je stond er toch alleen voor, zo concludeerden ook deze bijna-dokters.
Ik moest hieraan denken toen ik afgelopen week (weer) in de media las dat er te weinig banen zijn voor basisartsen en specialisten, burn out onder artsen, het niet bespreekbaar maken van gedrag van collega's, problemen en frustraties door financiële barrières. Tegelijkertijd krijg je via allerlei kanalen cursussen time management, empathie, leiderschap en mindfulness aangeboden, waardoor de boodschap lijkt om het vooral te zoeken in individuele oplossingen, zelf sterker staan, aanpassen aan de eisen die gesteld worden door onszelf en door steeds meer anderen.

In de Beleids en Bestuursbijeenkomst in november vertelde Caty Asscher dat we op de overgang zitten van een rode (individuele) cultuur naar een groene (meer collectieve) cultuur. Vanuit die theorie zou de behoefte aan meer gezamenlijk optrekken, delen en versterken belangrijker gaan worden voor individuele ontwikkeling en gezamenlijke vooruitgang. Ik denk dat daar een grote uitdaging voor ons ligt, individueel en als vereniging. Hoe kunnen we zorgen dat we oog houden voor elkaar, zonder het gevoel te hebben je te kwetsbaar op te stellen en overweldigd te worden. Volgens bestseller auteur Brenee Brown is erkenning van kwetsbaarheid de basis van kracht. Ook die kracht hebben we nodig om niet alleen zelf, maar ook gezamenlijk goed te functioneren en wellicht iets bij te dragen aan meer vertrouwen van jonge artsen op een baan en op steun van collega’s, een stimulerende werkomgeving en minder frustratie over wat er niet kan in de zorg. Maar natuurlijk ook om nieuwe initiatieven ontplooien en de zorg nog beter te maken, want dat gebeurt gelukkig ook.

Ken je goede initiatieven of best practices van samenwerking? Of heb je zelf een voorstel? Laat het weten dan kunnen we het delen. Als je in de gelegenheid bent, voel je welkom tijdens de ledenvergadering voor nieuwe en oude leden om mee te praten over de koers van de VNVA op 19 maart a.s. ‘s Middags kun je je dan met bevlogen sprekers verdiepen in de gendersensitieve zorg. En natuurlijk wens ik je veel leesplezier met deze Nieuwsbrief. Heb je zelf een bijdrage of heb je opmerkingen of tips? Mail even met Joke, vnvamail@vnva.nl

 

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media