HomeVan de voorzitter

Van de interim voorzitter

Dit is een feestelijke nieuwsbrief, want we zijn heel trots dat we weer een uitstekende winnares hebben van de Corrie Hermann Prijs. Elke prijswinnares is uniek en belicht weer een ander aspect van het versterken van goede zorg voor vrouwen - en daardoor ook voor mannen. Dat geldt zeker voor het terrein van professor Janneke van der Woude: maagdarm levergeneeskunde (MDL) en inflammatoire darmziekten (IBD) in het bijzonder en met speciale aandacht voor genderspecifieke kenmerken van behandelingen. Dat laatste spreekt ons als VNVA natuurlijk in het bijzonder aan, want we stimuleren al jaren dat er meer kennis moet komen over M/V verschillen (en overeenkomsten) in de geneeskunde. Gelukkig zit de aandacht hiervoor eindelijk in de lift. 

Lees meer...

Onlangs las ik in Medisch Contact dat drie geneeskundestudenten de KNMG Jong Talent Aanmoedigingsprijs hadden gekregen: drie heren. In het NTvG stond een artikelenreeks over de wijze waarop het onderzoeksprogramma voor universitaire centra is vastgesteld; geen vrouwelijke hoofdrolspeler van medische kant.

Zomaar twee voorbeelden. Ik let er niet altijd op, maar soms is het belangrijk je erover te verbazen dat we nog steeds vaak (vooral) mannen in 'hoofdrollen' zien. Niet omdat er perse een vrouw bij moet zijn of een vrouw het beter doet, maar omdat bekend is dat diversiteit meerwaarde biedt. Er komen steeds meer vrouwen in hogere of besluitvormende posities en toch blijven vrouwen minder zichtbaar dan mannen. Onbewust beïnvloedt dat ons beeld over wat normaal is. Rationeel weten we dat het beter kan, maar om allerlei redenen verandert het maar langzaam. Quota en lijstjes krijgen veel weerstand, maar helpen je wel om elkaar te blijven verbazen en in actie te komen.

Lees meer...

'Je hebt maar één aandacht', dat was de intrigerende kop van een artikel in de NRC over onze neiging onze aandacht te versnipperen. Aandacht en het gebrek daaraan is een populair thema en ook jij zal wel eens gefopt zijn door zo'n filmpje over basketballers waarbij je moet tellen hoe vaak er wordt overgegooid. Omdat je het al eerder had meegemaakt lette je op de aap, maar vergat de tijger die ook nog door het beeld liep maar je totaal niet verwachtte. Dergelijke filmpjes voelden altijd een beetje als falen, tot ik hoorde dat het juist goed is omdat je anders helemaal overprikkeld wordt.

Lees meer...

Kun je het nog bijhouden? Er is de laatste tijd zoveel te doen over de zorg, de financiering, werkdruk, het meten van kwaliteit en toenemend worden er met, door, maar ook over artsen plannen gemaakt hoe de zorg beter zou moeten. Passende zorg, het Roer moet om, patient centered care, shared decision making, gendersensitieve geneeskunde, transmurale zorg maar ook CanMeds, Compassion for Care, Lean werken, diversiteit en medisch leiderschap zijn ontwikkelingen die veel bij de arts leggen. Ik denk dat ze stuk voor stuk belangrijk zijn en signaleren waar de zorg beter kan, en het is zeker de moeite waard om er kennis van te nemen en in de praktijk te brengen. Maar we moeten wel waken dat het behapbaar blijft. Want als je alles wilt doen wat een goede arts zou moeten, en dan ook nog alle richtlijnen en nieuwe kennis moet implementeren en onderzoeken, lijkt het doktersvak een bijna onmogelijke taak te worden.

Lees meer...

Denemarken

Denemarken

Tijdens de zorginnovatiereis, dit jaar naar Kopenhagen, kreeg ik af en toe de indruk dat het land met Lego ontworpen was. Jaren geleden kampte Denemarken met slechte cijfers op bijvoorbeeld oncologische zorg en teveel kleine verouderde ziekenhuizen. Toen kwam de reorganisatie. Alle curatieve zorg (muv huisartsenzorg) werden vanaf toen gefinancierd door de regio, waardoor de politiek in de regio een grote invloed kreeg op bijvoorbeeld het plaatsen van nieuwe ziekenhuizen. Het aantal ziekenhuizen werd drastisch gereduceerd, nieuwe ziekenhuizen (veel minder)werden  gebouwd, specialisten boden wat protest, evenals patiënten die soms meer dan 100 km naar een seh of voor chemobehandeling moeten rijden. De regio betaalt (het geld wordt nationaal geïnd als 40-60% belasting en zorg en onderwijs etc. zijn voor iedereen gratis) waardoor vooral de politiek bepaalt. Gemeenten doen de lokale preventieprogramma’s en de incentive hiervoor is dat gemeenten bijbetalen aan ziekenhuisopnamen. De nadruk ligt op programma’s voor ouderen. Maar zelfs met een beperkt aantal regisseurs blijft het lastig de verschillende spelers te vinden en af te stemmen. Kosten en kwaliteit zijn in grote lijnen vergelijkbaar met Nederland.

Lees meer...

Tijdens het groepsonderwijs palliatieve zorg voor oudste coassistenten huisartsgeneeskunde stel ik altijd de vraag in hoeverre emoties van de dokter tot nu toe aan de orde waren gekomen. Meestal krijg ik de reactie 'vrij weinig', en praten we verder naar aanleiding van de blog van Mariska Koster over het negeren van emoties. Deze keer bleef het even stil, tot een van de coassistenten zei dat het juist wel veel aan de orde kwam. 'Je moest toch steeds reflectieverslagen schrijven hoe je over dingen dacht en waarom je het deed. Maar', voegde ze snel toe, 'die werden ook beoordeeld, dus je keek wel uit wat je opschreef'. Je stond er toch alleen voor, zo concludeerden ook deze bijna-dokters.
Ik moest hieraan denken toen ik afgelopen week (weer) in de media las dat er te weinig banen zijn voor basisartsen en specialisten, burn out onder artsen, het niet bespreekbaar maken van gedrag van collega's, problemen en frustraties door financiële barrières. Tegelijkertijd krijg je via allerlei kanalen cursussen time management, empathie, leiderschap en mindfulness aangeboden, waardoor de boodschap lijkt om het vooral te zoeken in individuele oplossingen, zelf sterker staan, aanpassen aan de eisen die gesteld worden door onszelf en door steeds meer anderen.

Lees meer...

 Oproep van de voorzitter – heb jij een good practice?

 

Gender in het onderwijsHerinner je nog dat we twee jaar geleden schreven dat de motie van Agnes Wolbert was aangenomen  om gendersensitieve geneeskunde te integreren in het medisch curriculum was aangenomen? Inmiddels  zijn er veel stappen genomen, zo bleek tijdens de Invitational Conference op 3 december waarvoor de VNVA was uitgenodigd, samen met een groep stake holders, variërend van medisch student tot ‘bobo’.

De verschillende medische faculteiten presenteerden hun vorderingen om m/v  verschillen in medische kennis, diagnostiek en behandeling in het onderwijs op te nemen. Met Toine Lagro als aanjager bleek dat alle universiteiten van het belang van gendersensitieve geneeskunde overtuigd waren, zodat het in elk geval door de top werd gedragen. Het was boeiend om te zien dat de accenten overal anders werden gelegd: de ene faculteit koos meer voor een wetenschappelijke benadering, de ander meer psychosociaal of gekoppeld aan klinisch onderwijs of juist binnen een groter thema van diversiteit. Opvallend was de eensgezindheid en bereidheid om elkaars curriculum te gebruiken. Naar aanleiding van een kunstwerk met rode draden bleef het thema ‘gender als rode draad’ terugkomen en daaraan gekoppeld de vraag: moet je het impliciet opnemen in je curriculum of toch expliciteren? De meesten kozen voor het laatste, expliciet maken totdat het gewoon is geworden (en dan nog moet je monitoren of het niet inzakt).

Yvonne Benschop, hoogleraar Verandering van organisaties van het Radboud UMC hield een boeiend betoog over het zevenkoppige monster dat het zo moeilijk maakt om verandering tot stand te brengen op het gebied van genderaanpak (zoals micropolitiek en macht, het niet willen zien van verschillen tussen mannen en vrouwen en dat veel veranderingen gericht zijn op individuen, niet op het systeem). Als oplossing tovert ze zeven zwaarden waaronder support van de top, het gebruik van change agents, kennis brengen en het adresseren van informele processen. Ook realistisch om je te realiseren hoe veel van dergelijke verandertrajecten blijven steken (ongeveer 80%).

In de levendige discussies in de focusgroepen werden ervaringen en tips verzameld om weer verder vooruit te kunnen. Ik neem eruit mee dat gendersensitieve geneeskunde van een marginale tot een belangrijke rode draad aan het worden is, en dat wij allen aan die transitie kunnen meedoen. Ben je docent, begeleid je co assistenten of artsen? Vraag je samen af en toe af of het uitmaakt of een man of vrouw voor je zit en of dat invloed kan hebben op je diagnostiek, behandeling en aanpak. %). Realiseer je ook de kracht van bottom up, om te borgen dat coassistenten en basisartsen voor hun kennis en interesse (ook op het gebied van gendersensitieve zorg) een voedingsboden vinden. En heb je een eigen good practice? Laat het ons weten.

 

Lees meer...

Een paar weken geleden deed ik  mee aan een schilderworkshop. De docente gaf ons de opdracht om te kijken wat je van de ander zou willen ‘jatten’, wat goed was bij je jezelf en welke ‘fout’ je zou kunnen uitvergroten, waardoor het ineens een kracht zou kunnen worden. Dit lijkt me ook een mooie oefening voor het dagelijks leven. In plaats van te kijken wat je met de ander gemeen hebt (vrouwen schijnen heel goed te zijn in spiegelen en overeenkomsten te zien) of wat de ander misschien wel verkeerd doet (ook vrouwen vinden vaak dat ze zelf gelijk hebben), zou je ook vaker iets van anderen zelf kunnen ‘gebruiken’. Niet als plagiaat, maar binnen je eigen stijl. Want net als bij schilderen is het vaak onmogelijk om precies dezelfde kleur te maken en is een mislukte kleur in een andere context juist wel krachtig.

Deze ‘dubbeldikke’ Nieuwsbrief bevat veel mogelijkheden om af te kijken hoe anderen het doen, je te verbazen, geïnspireerd te worden of te denken ‘dat is niets voor mij’. Over dokters die openlijk praten wat een incident met hen doet, over artsen die uit het buitenland komen en een nieuw bestaan moeten opbouwen, over het project Medisch leiderschap, ons rolmodel Gülsah Keskin-Can. En mis je iets, schrijf dan je eigen bijdrage voor de volgende Nieuwsbrief, want in een netwerk is het ook leuk om iets te brengen. Of stuur je suggestie hoe we de VNVA eigentijdser kunnen maken. Met een groep leden zijn we onder leiding van Caty Asscher (bekend van de leiderschapstrainingen) aan de slag gegaan met het (her)ontdekken van waarden en thema’s waar de VNVA in deze tijd voor staat. Lees het verslag, reageer via de ledenraadpleging en als je nog voorbeelden hebt die we kunnen ‘jatten’, dan horen we het graag. Voortbouwend op en met respect voor wat de VNVA al bereikt heeft willen we een nieuw beeld creëren en laten zien.

Vergeet daarom 19 maart niet te noteren. ’s Ochtends kun je meepraten over de nieuwe ontwikkelingen in de ledenvergadering, die we in een nieuw jasje gaan gieten. En over jasjes en maatwerk gesproken:  ’s middags gaan we tijdens het middagsymposium met enkele kopstukken uit de gendersensitieve geneeskunde aan de slag om m/v verschillen in de geneeskunde beter te implementeren. Uitdaging genoeg!

Net als elk jaar hebben we een Eindejaarsaktie. Dit jaar vragen we je een bijdrage voor het UAF, het fonds dat vluchtelingen in Nederland laat studeren om zo een toekomst op te kunnen bouwen.

Het bestuur wenst jullie en je geliefden fijne feestdagen, een gezond en veilig 2016 en veel succes met jouw inzet voor de zorg.

Lees meer...

 

13 Uitreiking CHPWas je ook aanwezig tijdens het Corrie Hermannprijs Symposium op 10 oktober jl? Dan hoef ik niet uit te leggen hoe enthousiast en inspirerend prijswinnares Jeanine Roeters van Lennep haar pleidooi hield voor gendersensitieve zorg en het belang van de gendersensitieve bril. In de Nieuwsbrief en op de website vind je een uitgebreide update en een interview met Jeanine.

Het is goed om te beseffen dat de pioniers voor gendersensitieve zorg, die vaak begonnen zijn bij de VNVA, nu voet aan de grond hebben. Met de inbreng van de Alliantie Gender en het inventariseren van kennis en hiaten in de Kennisagenda is dit thema nu zelfs bij VWS aangeland. Dat is mooi, maar er moet meer gebeuren. Gendersensitieve zorg mag geen thema voor pioniers of vernieuwers blijven, het moet dagelijkse praktijk worden. Misschien doe je dat al heel veel of een beetje. Het bijhouden van kennis hoort gewoon bij je vak en patiënten zullen ook steeds meer gaan vragen naar maatwerk in het kader van shared decision making. Ik geef toe, ik vind het als huisarts soms lastig om deze nieuwe inzichten in de praktijk te brengen. Sinds ik weet dat vrouwen zich met hartinfarcten of cva’s anders kunnen presenteren dan je geleerd hebt, is het moeilijker geworden om pluis en niet pluis te onderscheiden. Het gevolg is dat ik vaker een verdenking heb en vaker instuur. Dat is goed voor vrouwen die anders gemist waren, maar het geeft ook meer onrust als het ‘niets’ is. Ik zie ook vaker vrouwen die bang worden van al die berichtgeving over vrouwen en hartziekten. Dat is complex. Aan de andere kant lijkt het simpel om vrouwen met een ernstige preeclampsie, met een zeven maal verhoogd risico op HVZ zoals Jeanine vertelde, bij de huisarts op controle te laten komen (ook al zijn de richtlijnmakers daar nog niet uit).

Kortom, uitdaging genoeg om kennis die je hebt of kunt vinden in de praktijk te brengen. Lees het Handboek vrouwspecifieke zorg, de Kennisagenda, volg een nascholing of vraag het een collega of expert en geef het ook door aan je (co)assistenten. Laten we daarin het voortouw nemen en anderen motiveren en inspireren. Goede tips voor implementatie zijn van harte welkom. De genderbril moet vaker op, en als dat toch lastig is, zijn genderlenzen misschien een idee?

 

 

Lees meer...

Vrouwelijke artsenRecent hoorde ik op de radio dat als je wilt dat in een beroep meer vrouwen of mannen komen werken, je bij Google moet zijn om meer afbeeldingen van of mannen of vrouwen in dat beroep te krijgen omdat je onbewust de beeldvorming beïnvloedt. Als je op Google ‘arts afbeelding’ invult, krijg je bijna evenveel plaatjes van mannen als vrouwen te zien. In grote lijnen klopt die beeldvorming ook, want op dit moment is ongeveer de helft van de artsen vrouw. Sommigen vrezen dat dit wel eens zou kunnen doorschieten en we straks alleen maar vrouwelijke artsen hebben, met daaraan gekoppeld de veronderstelling dat dat niet wenselijk is.

Evenveel mannen

Tijdens de laatste ALV en later in kleinere kring bespraken we of en hoeverre we als VNVA zouden moeten inspelen op die vermeende angsten en waarschuwingen over een te sterke toename van vrouwelijke artsen. Eerst maar even de cijfers. Volgens cijfers van het Capaciteitsorgaan (2013) zijn er ongeveer 59.000 artsen in Nederland en is 45% vrouw. Hiervan zijn 39.067 geregistreerd als medisch specialist, huisarts of ander specialisme en 67% is man. Oftewel, op dit moment is het merendeel van de artsen nog man. Daarin gaat wel verandering komen, want 67% van de aios is vrouw en in het studiejaar 2013/2014 was de verdeling onder geneeskundestudenten: 34% man, 66% vrouw.

Opmerkelijk is wel dat als je kijkt naar onderstaande grafiek, het aantal mannelijke studenten niet is afgenomen maar ongeveer gelijk is gebleven, terwijl er een forse toename is ontstaan van het aantal opleidingsplekken die volledig is ingenomen door vrouwen. Er zijn niet minder mannen gaan studeren, dus het vak is niet minder aantrekkelijk geworden voor mannen zoals soms wordt beweerd. Voor vrouwen heeft de studie wel meer aantrekkingskracht gekregen en velen zijn van mening dat selectiebeleid van voornamelijk loting gunstig was voor meisjes die vaak hogere cijfers halen. Het wachten is dan ook op de cijfers van dit jaar: zal decentrale selectie een invloed hebben op de al jarenlange stabiele m/v verdeling? En, zou je af kunnen vragen als beroepsgroep, moeten we iets doen om de m/v ratio te beïnvloeden als ‘we’ vinden dat er teveel vrouwen in het vak komen?

Lees meer...

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media