HomeVan de voorzitter

Van de interim voorzitter

 Oproep van de voorzitter – heb jij een good practice?

 

Gender in het onderwijsHerinner je nog dat we twee jaar geleden schreven dat de motie van Agnes Wolbert was aangenomen  om gendersensitieve geneeskunde te integreren in het medisch curriculum was aangenomen? Inmiddels  zijn er veel stappen genomen, zo bleek tijdens de Invitational Conference op 3 december waarvoor de VNVA was uitgenodigd, samen met een groep stake holders, variërend van medisch student tot ‘bobo’.

De verschillende medische faculteiten presenteerden hun vorderingen om m/v  verschillen in medische kennis, diagnostiek en behandeling in het onderwijs op te nemen. Met Toine Lagro als aanjager bleek dat alle universiteiten van het belang van gendersensitieve geneeskunde overtuigd waren, zodat het in elk geval door de top werd gedragen. Het was boeiend om te zien dat de accenten overal anders werden gelegd: de ene faculteit koos meer voor een wetenschappelijke benadering, de ander meer psychosociaal of gekoppeld aan klinisch onderwijs of juist binnen een groter thema van diversiteit. Opvallend was de eensgezindheid en bereidheid om elkaars curriculum te gebruiken. Naar aanleiding van een kunstwerk met rode draden bleef het thema ‘gender als rode draad’ terugkomen en daaraan gekoppeld de vraag: moet je het impliciet opnemen in je curriculum of toch expliciteren? De meesten kozen voor het laatste, expliciet maken totdat het gewoon is geworden (en dan nog moet je monitoren of het niet inzakt).

Yvonne Benschop, hoogleraar Verandering van organisaties van het Radboud UMC hield een boeiend betoog over het zevenkoppige monster dat het zo moeilijk maakt om verandering tot stand te brengen op het gebied van genderaanpak (zoals micropolitiek en macht, het niet willen zien van verschillen tussen mannen en vrouwen en dat veel veranderingen gericht zijn op individuen, niet op het systeem). Als oplossing tovert ze zeven zwaarden waaronder support van de top, het gebruik van change agents, kennis brengen en het adresseren van informele processen. Ook realistisch om je te realiseren hoe veel van dergelijke verandertrajecten blijven steken (ongeveer 80%).

In de levendige discussies in de focusgroepen werden ervaringen en tips verzameld om weer verder vooruit te kunnen. Ik neem eruit mee dat gendersensitieve geneeskunde van een marginale tot een belangrijke rode draad aan het worden is, en dat wij allen aan die transitie kunnen meedoen. Ben je docent, begeleid je co assistenten of artsen? Vraag je samen af en toe af of het uitmaakt of een man of vrouw voor je zit en of dat invloed kan hebben op je diagnostiek, behandeling en aanpak. %). Realiseer je ook de kracht van bottom up, om te borgen dat coassistenten en basisartsen voor hun kennis en interesse (ook op het gebied van gendersensitieve zorg) een voedingsboden vinden. En heb je een eigen good practice? Laat het ons weten.

 

Lees meer...

Een paar weken geleden deed ik  mee aan een schilderworkshop. De docente gaf ons de opdracht om te kijken wat je van de ander zou willen ‘jatten’, wat goed was bij je jezelf en welke ‘fout’ je zou kunnen uitvergroten, waardoor het ineens een kracht zou kunnen worden. Dit lijkt me ook een mooie oefening voor het dagelijks leven. In plaats van te kijken wat je met de ander gemeen hebt (vrouwen schijnen heel goed te zijn in spiegelen en overeenkomsten te zien) of wat de ander misschien wel verkeerd doet (ook vrouwen vinden vaak dat ze zelf gelijk hebben), zou je ook vaker iets van anderen zelf kunnen ‘gebruiken’. Niet als plagiaat, maar binnen je eigen stijl. Want net als bij schilderen is het vaak onmogelijk om precies dezelfde kleur te maken en is een mislukte kleur in een andere context juist wel krachtig.

Deze ‘dubbeldikke’ Nieuwsbrief bevat veel mogelijkheden om af te kijken hoe anderen het doen, je te verbazen, geïnspireerd te worden of te denken ‘dat is niets voor mij’. Over dokters die openlijk praten wat een incident met hen doet, over artsen die uit het buitenland komen en een nieuw bestaan moeten opbouwen, over het project Medisch leiderschap, ons rolmodel Gülsah Keskin-Can. En mis je iets, schrijf dan je eigen bijdrage voor de volgende Nieuwsbrief, want in een netwerk is het ook leuk om iets te brengen. Of stuur je suggestie hoe we de VNVA eigentijdser kunnen maken. Met een groep leden zijn we onder leiding van Caty Asscher (bekend van de leiderschapstrainingen) aan de slag gegaan met het (her)ontdekken van waarden en thema’s waar de VNVA in deze tijd voor staat. Lees het verslag, reageer via de ledenraadpleging en als je nog voorbeelden hebt die we kunnen ‘jatten’, dan horen we het graag. Voortbouwend op en met respect voor wat de VNVA al bereikt heeft willen we een nieuw beeld creëren en laten zien.

Vergeet daarom 19 maart niet te noteren. ’s Ochtends kun je meepraten over de nieuwe ontwikkelingen in de ledenvergadering, die we in een nieuw jasje gaan gieten. En over jasjes en maatwerk gesproken:  ’s middags gaan we tijdens het middagsymposium met enkele kopstukken uit de gendersensitieve geneeskunde aan de slag om m/v verschillen in de geneeskunde beter te implementeren. Uitdaging genoeg!

Net als elk jaar hebben we een Eindejaarsaktie. Dit jaar vragen we je een bijdrage voor het UAF, het fonds dat vluchtelingen in Nederland laat studeren om zo een toekomst op te kunnen bouwen.

Het bestuur wenst jullie en je geliefden fijne feestdagen, een gezond en veilig 2016 en veel succes met jouw inzet voor de zorg.

Lees meer...

 

13 Uitreiking CHPWas je ook aanwezig tijdens het Corrie Hermannprijs Symposium op 10 oktober jl? Dan hoef ik niet uit te leggen hoe enthousiast en inspirerend prijswinnares Jeanine Roeters van Lennep haar pleidooi hield voor gendersensitieve zorg en het belang van de gendersensitieve bril. In de Nieuwsbrief en op de website vind je een uitgebreide update en een interview met Jeanine.

Het is goed om te beseffen dat de pioniers voor gendersensitieve zorg, die vaak begonnen zijn bij de VNVA, nu voet aan de grond hebben. Met de inbreng van de Alliantie Gender en het inventariseren van kennis en hiaten in de Kennisagenda is dit thema nu zelfs bij VWS aangeland. Dat is mooi, maar er moet meer gebeuren. Gendersensitieve zorg mag geen thema voor pioniers of vernieuwers blijven, het moet dagelijkse praktijk worden. Misschien doe je dat al heel veel of een beetje. Het bijhouden van kennis hoort gewoon bij je vak en patiënten zullen ook steeds meer gaan vragen naar maatwerk in het kader van shared decision making. Ik geef toe, ik vind het als huisarts soms lastig om deze nieuwe inzichten in de praktijk te brengen. Sinds ik weet dat vrouwen zich met hartinfarcten of cva’s anders kunnen presenteren dan je geleerd hebt, is het moeilijker geworden om pluis en niet pluis te onderscheiden. Het gevolg is dat ik vaker een verdenking heb en vaker instuur. Dat is goed voor vrouwen die anders gemist waren, maar het geeft ook meer onrust als het ‘niets’ is. Ik zie ook vaker vrouwen die bang worden van al die berichtgeving over vrouwen en hartziekten. Dat is complex. Aan de andere kant lijkt het simpel om vrouwen met een ernstige preeclampsie, met een zeven maal verhoogd risico op HVZ zoals Jeanine vertelde, bij de huisarts op controle te laten komen (ook al zijn de richtlijnmakers daar nog niet uit).

Kortom, uitdaging genoeg om kennis die je hebt of kunt vinden in de praktijk te brengen. Lees het Handboek vrouwspecifieke zorg, de Kennisagenda, volg een nascholing of vraag het een collega of expert en geef het ook door aan je (co)assistenten. Laten we daarin het voortouw nemen en anderen motiveren en inspireren. Goede tips voor implementatie zijn van harte welkom. De genderbril moet vaker op, en als dat toch lastig is, zijn genderlenzen misschien een idee?

 

 

Lees meer...

Vrouwelijke artsenRecent hoorde ik op de radio dat als je wilt dat in een beroep meer vrouwen of mannen komen werken, je bij Google moet zijn om meer afbeeldingen van of mannen of vrouwen in dat beroep te krijgen omdat je onbewust de beeldvorming beïnvloedt. Als je op Google ‘arts afbeelding’ invult, krijg je bijna evenveel plaatjes van mannen als vrouwen te zien. In grote lijnen klopt die beeldvorming ook, want op dit moment is ongeveer de helft van de artsen vrouw. Sommigen vrezen dat dit wel eens zou kunnen doorschieten en we straks alleen maar vrouwelijke artsen hebben, met daaraan gekoppeld de veronderstelling dat dat niet wenselijk is.

Evenveel mannen

Tijdens de laatste ALV en later in kleinere kring bespraken we of en hoeverre we als VNVA zouden moeten inspelen op die vermeende angsten en waarschuwingen over een te sterke toename van vrouwelijke artsen. Eerst maar even de cijfers. Volgens cijfers van het Capaciteitsorgaan (2013) zijn er ongeveer 59.000 artsen in Nederland en is 45% vrouw. Hiervan zijn 39.067 geregistreerd als medisch specialist, huisarts of ander specialisme en 67% is man. Oftewel, op dit moment is het merendeel van de artsen nog man. Daarin gaat wel verandering komen, want 67% van de aios is vrouw en in het studiejaar 2013/2014 was de verdeling onder geneeskundestudenten: 34% man, 66% vrouw.

Opmerkelijk is wel dat als je kijkt naar onderstaande grafiek, het aantal mannelijke studenten niet is afgenomen maar ongeveer gelijk is gebleven, terwijl er een forse toename is ontstaan van het aantal opleidingsplekken die volledig is ingenomen door vrouwen. Er zijn niet minder mannen gaan studeren, dus het vak is niet minder aantrekkelijk geworden voor mannen zoals soms wordt beweerd. Voor vrouwen heeft de studie wel meer aantrekkingskracht gekregen en velen zijn van mening dat selectiebeleid van voornamelijk loting gunstig was voor meisjes die vaak hogere cijfers halen. Het wachten is dan ook op de cijfers van dit jaar: zal decentrale selectie een invloed hebben op de al jarenlange stabiele m/v verdeling? En, zou je af kunnen vragen als beroepsgroep, moeten we iets doen om de m/v ratio te beïnvloeden als ‘we’ vinden dat er teveel vrouwen in het vak komen?

Lees meer...

FFrank de Graverank de Grave, voorzitter van de Federatie (of de FMS maar dat lijkt te veel op de oude OMS volgens hem) en Bart Heesen, bestuurslid van de nieuwe federatie van medisch specialisten, zijn tevreden. De overgang van OMS naar FMS is zonder grote problemen verlopen en ook qua aandeel vrouwen in bestuursfuncties heeft de Federatie nu een redelijke afspiegeling van de realiteit. Ongeveer 40% van de wetenschappelijke verenigingen heeft een vrouw als voorzitter en het hoofdbestuur telt ook een vrouw. De Grave vertelt dat hij zich al lange tijd sterk maakt voor meer vrouwen op bestuurlijke posities en geeft aan dat het niet zo makkelijk was om vrouwen te vinden voor bestuursfuncties: ‘vrouwen staan er vaak anders in, wegen meer af en bespreken met anderen of het iets voor ze is en of ze geschikt zijn, terwijl mannen er makkelijker instappen. Maar mogelijk volgen er nu meer, nu er vrouwen zitten.’ Het bestuur is ter voorbereiding ook met een groep vrouwelijke specialisten gaan praten wat er nog ontbreekt in beleid en aandachtspunten van de Federatie, en in die zin is de Federatie klaar voor de uitdaging om mannen en vrouwen te vertegenwoordigen. Als voorbeeld noemt hij Carina Hilders (zij was ook op ons symposium in april) die ‘uit het niets’ de projectgroep Toekomstvisie medisch specialist 2015 succesvol leidde en nu is aangesteld als bijzonder hoogleraar Medisch Management en Leiderschap.

Onlangs spraken Sylvia Buis en Ineke Postma met beide heren, waarin zij vooral aandacht wilden vragen voor de zorgen rondom de jonge klaren, de werkloze basisartsen en het ontbreken van vervanging bij zwangerschapsverlof. De Grave en Heesen geven aan dat er nog onvoldoende zicht is op het probleem van de jonge klaren. ‘Iedereen kent wel iemand die een tijdelijke plek heeft of naar het buitenland gaat, maar cijfers ontbreken omdat de enquête van de Jonge Specialist door een beperkte groep is ingevuld. Voor individuele specialisten is het natuurlijk een groot drama als je niet in je vak kunt werken en nu willen we in samenwerking met de wetenschappelijke verenigingen de aantallen boven water krijgen.’ In het verlengde daarvan lijkt het aantal werkloze basisartsen groter qua omvang, maar ook daar ontbreken de precieze getallen. Heesen geeft aan dat basisartsen er rekening mee moeten houden dat zij mogelijk geen opleidingsplaats zullen krijgen, en dus tijdig een andere carrière moeten overwegen. ‘Dat kun je beter als basisarts doen dan later als specialist geen werk kunnen vinden, en daar zouden basisartsen zelf ook over na moeten denken. De verwachting is immers dat er minder specialisten nodig zijn en er zijn teveel artsen opgeleid. Het probleem moeten we aanpakken bij de basis, bij de toelating voor de studie geneeskunde en niet met het vergroten van het aantal opleidingsplekken als er straks toch geen werk is.’ Wij noemen in dat kader nog het probleem van herregistratie van basisartsen, omdat het niet kunnen vinden van een werkplek als arts zal leiden tot verlies van herregistratie. Dit kan vrouwen mogelijk harder treffen omdat zij in deze fase zwanger kunnen worden en minder tijd hebben om werkuren op te bouwen.

Pratend over vrouwelijke artsen is de stap naar praten over banen voor vrouwelijke artsen klein. De Grave kan niet ontkennen dat bij een vacature in de praktijk zowel mannen als vrouwen argumenten kunnen hebben om voor een man te kiezen. De Federatie krijgt echter geen duidelijke signalen dat vrouwen in het nadeel zijn. De toename van vrouwelijke specialisten leidt soms wel tot een voorkeur om een man aan te nemen, met als argument de diversiteit van de groep. Wij horen hier wel eens zorgelijke geluiden over, en we willen hier zeker op blijven letten. Een probleem dat wel vaak voorkomt en wordt genoemd (door mannen en vrouwen) is het ontbreken en van goede vervanging als iemand met zwangerschapsverlof is of geen diensten meer hoeft te doen vanwege zwangerschap. Op sommige afdelingen zijn soms meerdere arts-assistenten zwanger, en het werk komt dan neer op de vaak kleine groep overige assistenten, die vaak al overbelast zijn. De Grave geeft aan dat dit voornamelijk de verantwoordelijkheid is van de ziekenhuizen, maar tijdens het gesprek geeft Heesen aan dat de Federatie hierin mogelijk wel een rol zou kunnen spelen. Het probleem zou duidelijker geagendeerd kunnen worden (individuele artsen durven vaak niet te klagen over de werkdruk vanwege de beperkte werkgelegenheid) bij de ziekenhuizen en er zou kunnen worden gekeken naar best practices. We hopen dat dit probleem nu op de agenda komt.

Wij denken dat het goed was dat we elkaar gesproken hebben en contact hebben gelegd zodat dit ook laagdrempelig gecontinueerd kan worden. De Grave stelde ons uitdrukkelijk de vraag: wat kan de Federatie doen om de VNVA overbodig te maken? We hebben al aangegeven dat we niet elkaars concurrent zijn en ons ook richten op andere thema’s zoals persoonlijke ontwikkeling, netwerken en gendersensitieve zorg. In het verleden hebben we ons hard gemaakt voor thema’s als gelijke toegang tot het vak, parttime werken, zwangerschapsverlof en andere verworvenheden die nu normaal zijn. Het is goed om te weten dat de Federatie geen mannenbolwerk meer is en niet meer wil zijn. Wij voelen ons nog niet overbodig maar kunnen wel meedenken, dus heb je een thema om te agenderen bij de Federatie, neem de uitdaging aan en laat het ons weten.

door Sylvia Buis en Ineke Postma

 

 

Lees meer...

Pijlers voor positieve gezondheidWat is gezondheid? Deze vraag fascineerde Machteld Huber al heel lang en tijdens de terugkomdag van de Zorginnovatiereis vertelde ze over haar inzichten en ervaringen naar aanleiding van haar promotieonderzoek. Als huisarts werd ze rond haar dertigste zelf ziek en na haar herstel ging ze als onderzoeker werken. Steeds vaker ging ze zich afvragen hoe we gezondheid nu kunnen meten, bijvoorbeeld of een kip die sneller groeit gezonder is dan een kip die minder snel groeit, maar wel sneller herstelt bij ziekte? Dat is niet zo makkelijk te zeggen, maar toen ze vroeg welke kip de mensen in de zaal wilden zijn, hadden ze allemaal wel voorkeur voor de laatste kip. Uiteindelijk besloot ze om de vraag naar gezondheid zelf te onderzoeken, en met een aantal experts kwamen ze tot het volgende concept van gezondheid: het vermogen het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Iemand kan dus volgens de oude WHO definitie uit 1948 ziek zijn (een handicap hebben, diabetes), maar zich helemaal niet ziek voelen. Het nieuwe concept biedt daarvoor wel ruimte, al wil de WHO nog niets weten van een nieuwe definitie. 

De gedachte dat de WHO definitie tekort schiet is niet nieuw. Wel voegt Huber een scoringsmethode toe om die dynamische gezondheid in kaart te brengen en ze noemt deze aanpak positieve gezondheid. Het gaat om iemands ervaren gezondheid, en na kwalitatief onderzoek onder beleidsmakers, artsen, bestuurders en patiënten kwam zij uit  op een zestal dimensies waarop je gezondheid zou kunnen scoren. Het gaat om lichamelijke gezondheid, mentale gezondheid, ADL, kwaliteit van leven maar ook het spirituele welzijn en het sociaal maatschappelijk functioneren. Het opmerkelijke was dat patiënten al deze dimensies van belang vonden, terwijl artsen de twee laatste niet als essentieel voor gezondheid waardeerden. Inmiddels is een model ontwikkeld waarin patiënten kunnen scoren hoe hun situatie is, en belangrijker, waar zij aan willen werken. De bedoeling is zelfregie en veerkracht te versterken, zodat mensen zich gezonder gaan voelen en het 'gezondheidsoppervlak' in het spinnenweb gaan vergroten. Omdat dit niet alleen hoeft binnen de medische sector werkt het ook ontschottend om zorg en welzijn te verbinden. Aangestoken door het enthousiasme van Hubers en het aansprekende concept van Hubers zijn een aantal organisaties al aan de slag gegaan om dit concept binnen hun organisaties te implementeren. 

In de discussie die daarop volgde werd in kleine groepen besproken hoe we verder zouden kunnen gaan met positieve gezondheid. Over het algemeen waren de reacties positief, vooral om de patiënt meer als mens centraal te stellen in plaats van als drager van een bepaalde ziekte. De rol voor de huisarts als regisseur zal hierdoor belangrijker worden en het vereist een meer regionale organisatie van zorg en welzijn. Om dit mogelijk te maken zullen zorgverleners wel meer in gesprek moeten gaan met hun patiënt, en zo past het concept zeker in de trend van 'meer kijk en luistergeld', zelfmanagement en substitutie van tweede naar eerste lijn. Met zoveel bestuurders in de zaal kwam natuurlijk de vraag wie dit proces zal gaan leiden, en het zal zeker een nieuwe kijk op leiderschap vragen. Daar was geen specifiek antwoord op, al kwam een groep met de opmerking dat vrouwen mogelijk meer aandacht besteden aan samenwerken en breder kijken en misschien makkelijker uit de voeten kunnen met dit nieuwe concept. Wat denk jij? Ongetwijfeld gaan we meer van dit concept horen, dus let er op (en probeer zelf ook eens het web in te vullen, dit kan verrassende inzichten geven).

 

Lees meer...

image-2015-04-08 Gesprek gunilla rebecca nineWat een energie! Dat was mijn overheersende gevoel na het zien van de film Vessel, 24 maart bij de uitreiking van de VNVA Els Borst Oevre prijs aan Rebecca Gomperts en Gunilla Kleiverda. In de voorbereidingen had ik me verdiept in Women on Waves en Women on Web, maar van papier en website kun je je toch moeilijk een voorstelling maken van de mix van lef, passie, zelfvertrouwen, teamwork en doorzettingsvermogen die achter 'de abortusboot' schuil ging. Ik vond ook het contrast heel mooi. Rebecca als rebel (ik moest af en toe denken aan Pippi Langkous maar laat dat vooral een geuzennaam zijn) en Gunilla, de stille kracht op de achtergrond. En dan nog een groot team, anoniem maar essentieel, en de vele vrijwilligers in de landen zelf die risico's willen en durven nemen voor de goede zaak. En natuurlijk de vele omstanders met hun eigen mening. En dan wij, als observators, kijkers wie de film niet onberoerd kan laten.

Andere mensen gepassioneerd bezig zien, meegenomen worden in het leven van anderen, plannen maken om individuen of situaties te verbeteren, dat doe je als arts continu. Maar in de drukte van alledag, frustraties over vergoedingen, eisen en richtlijnen wil de energie die dat oplevert wel eens wegstromen. Natuurlijk hoef je niet overal een film van te maken, wel kan de camera je verleiden of dwingen om anders te kijken. Je eigen situatie eens op een andere manier zien, kijken met de ogen van een student die hoopt later ook zoiets te gaan doen of een buitenstaander mee laten kijken. Dat hebben we ervaren tijdens de Carrièrebeurs van de KNMG. Heel veel (vrouwelijke en mannelijke) studenten en co assistenten kwamen enthousiast bij de VNVA stand kijken. Wat een energie!

Ik hoop die energie ook te voelen tijdens de voorjaarsledenvergadering op 25 april as. En heb je meer inspiratie nodig, schrijf je dan gelijk in voor het sprankelende Carrièreboost symposium en leer jezelf beter in de spotlights te zetten. 

De film kun je bekijken via: http://vesselthefilm.com

 

Lees meer...

image-2015-01-28 NHS verkleindVan 10 tot en met 14 januari was ik als voorzitter van de VNVA mee op de Zorginnovatiereis, een strak en vol geplande studiereis naar Londen met bestuurders van onder andere zorgverzekeraars, ziekenhuizen, AMS, LHV, patiëntenverenigingen en zorgprofessionals. Na de oplopende spanningen rond de zorgwet en artikel 13, net voor de kerstvakantie, bleek deze crisis de urgentie te hebben bepaald om met elkaar in gesprek te blijven, als bestuurders onderling maar vooral ook met de zorgverleners en met degene waar we het allemaal voor doen: de patiënt (en uiteindelijk worden we dat allemaal wel een keer) en ook tijdig te luisteren naar zorgen die spelen. Het grote struikelblok blijft de opvatting van ‘kwaliteit’ en de consequenties daarvan, en de kans is groot dat de discussie het komende jaar wel verder zal worden gevoerd.

Heeft Engeland de oplossing? Ik denk dat we volmondig kunnen zeggen dat we daar weinig van gemerkt hebben. Ook in Engeland is het meten van kwaliteit nog in ontwikkeling, al worden daar al wel beslissingen over het implementeren van medicatie en technologie verbonden aan QALY ‘s. De religie van de UK, zo werd de top down geleide NHS door diverse sprekers genoemd, faalt regelmatig maar door de nauwe banden met de politiek en het geloof in gratis zorg voor iedereen zijn hervormingen moeizaam. De bezuinigingen op thuiszorg en allerlei sociale voorzieningen hebben ook geleid tot een steeds grotere druk op huisartsen en ziekenhuiszorg, en dagelijks wordt er wel een groter of kleiner zorgschandaal in de media uitvergroot. Het is dan ook opmerkelijk dat recent gekozen is voor een bottom up benadering: groepen van huisartsen in een bepaalde regio kopen als ‘clinical commissioning groep’ zorg in van tweede lijn, ambulance, sociale zorgvoorzieningen etc. met als doel goede zorg, gericht op de populatie en kosten effectief. De patiënt komt centraler te staan en er wordt beter op kwaliteit gelet (met als uitgangspunt ‘aan welke zorgverlener vertrouw jij je vriend of vriendin toe?’). Overigens zijn er veel vrouwelijke artsen werkzaam in Engeland. We hebben heel enthousiaste initiatieven gezien, maar vooralsnog klaagt iedereen over de hoge werkdruk en liggen de ziekenhuizen overvol. Toch gaf het iedereen wel een impuls om ook in Nederland meer te kijken naar regionale samenwerking en een grotere rol voor de eerste lijn (en daar ook de tijd voor te nemen).

Naast de officiële bezoeken en dagelijkse discussieronden zijn de wandelgangen (of busmomenten of pauzes of eetmomenten) bij dit soort reizen erg belangrijk. Vanwege de zogenaamde Pendleton rules kan ik niet alles opschrijven, maar naast de zorgen over de financiering van zorg zijn er zeker een aantal VNVA thema’s aan de orde geweest. Gendersensitieve zorg is ook bij de patiëntenverenigingen doorgedrongen en we moeten als VNVA maar eens gaan kijken welke rol we hierin kunnen spelen, zowel bij het implementeren van zorg als het empoweren van patiënten. De ingangen zijn er.

Nadat ik al met diverse bestuurders had gesproken over het belang van diversiteit werd ‘ons thema’ zomaar in de schoot geworpen door een plenaire sessie over vrouwen in de zorg. Spreekster was Nikki van der Gaag, die een boek heeft geschreven over ‘Feminism and men’ en liet zien dat het aantal vrouwen in hoge posities in Nederland relatief laag ligt. In de zorg is dat weliswaar 30%, maar het is geen afspiegeling van de man vrouw verdeling in de zorg zelf. Want dat laatste, de feminisering van de zorg, blijkt voor velen een reden tot aandacht en misschien wel tot zorg. Het lijkt me goed om dit thema als VNVA ook verder op te pakken en te kijken welke bijdrage wij in deze discussie kunnen leveren. In de volgende nieuwsbrief zou ik hiermee graag een begin willen maken, juist omdat bestuurders ook willen dat hierover wordt nagedacht.

Positief was in elk geval dat veel (mannelijke) bestuurders actiever zijn om bewust te letten op diversiteit. Mannen en vrouwen in managementteams leiden echt tot betere samenwerking en beslissingen, zo was de algemene teneur. Volgens velen zijn bij mannen en vrouwen mogelijkheden tot flexibel werken bespreekbaar, maar is de ambitie niet altijd duidelijk of mensen verder naar de top willen. Tegelijkertijd werd ook erkend dat vrouwen soms net meer dan mannen een duwtje moeten krijgen om een stap te nemen en dat soms gewoon niet aan vrouwen wordt gedacht. Mochten we nog eens verder willen praten over dit thema, dan kunnen we wel een paar sprekers uit de groep benaderen.

Dat vrouwen soms wachten tot ze gevraagd worden, werd mooi geïllustreerd door een andere spreekster, Chief Medical officer Dame Sally Davis, de hoogste adviseur op het gebied van gezondheidszorg. Zij vertelde over haar carrière die startte met twijfels of ze wel zou kunnen waar ze voor gevraagd was, haar lef om dingen aan te pakken en haar methode ‘neus dicht en in het diepe springen want meestal gaat het wel goed’. En kwam het door de urgentie van artikel 13 of toch door een kwart vrouwen in de groep dat er meer gediscussieerd werd en naar elkaar werd geluisterd en dat de intenties om beter samen te werken voor een gezamenlijk doel dit jaar veel meer naar voren kwam? We gaan het merken en ik hoop ook van jullie input te krijgen om ook achteraf meer uit deze reis te halen voor de VNVA.

 

 

Lees meer...

 

Hoofdredacteur van Medisch Contact Hans van Santen stelt minister Schippers een vraag over de Zorgnota 2015. © Medisch Contact/Hanna van de Wetering

Een primeur: het eerste ontbijt met de minister. Op 17 september, na Prinsjesdag en voor de Algemene Politieke Beschouwingen, was ik als VNVA voorzitter uitgenodigd voor Het ontbijt met de minister, georganiseerd door Medisch Contact. Met bijna de helft vrouwen (met grof geschat een gemiddeld lagere leeftijd dan de aanwezige mannen) had de organisatie haar best gedaan voor een redelijk divers publiek van een stuk of zeventig zorgprofessionals en bestuurders. Na een lopend ontbijt volgde een korte presentatie van minister Schippers, die net als organisator Medisch Contact hoofdredacteur Van Santen, begon met ons te herinneren dat om half negen s ochtends al heel veel artsen en verpleegkundigen en verzorgenden hard aan het werk zijn. Zij vervolgde met de cijfers over de economie waarover we na Prinsjesdag iets optimistischer mogen zijn. Schippers erkende de problemen en onzekerheden in de zorg en de gevolgen voor met name kwetsbaren in de samenleving, maar benadrukte ook te kijken naar zaken wel goed gaan zoals op het terugdringen van complicaties bij operaties. Kernboodschappen zijn kostenbeheersing, kwaliteit en de groeiende technologie. Volgens Schippers in 2015 het jaar van de transparantie en zullen de cijfers spreken. Wat me het meest opviel was haar verwijzing naar de rol van de arts in de zogenaamde stringente pakketbeheersing en haar opmerking de arts te steunen in deze rol. Ze vertelde in gesprek te gaan met artsen over hun rol in het (niet)toewijzen van zorg en de verantwoordelijkheid van artsen, in tegenstelling tot inkrimping van het pakket van bovenaf.

Frank de Grave, die erkende geen ochtendmens te zijn, was het in grote lijnen met de minister eens. Hobbels zoals de integrale bekostiging en de zorgen over de transities moeten we toch gaan doen, waarbij hij pleit voor het maken van goede afspraken en het voorkomen van machogedrag, waarbij hij dwang en drang bedoelde. De nieuwe LHV voorzitter Ella Kalsbeek refereerde ook even aan de succesjes, maar vervolgde een stuk kritischer. Zij maakt zich zorgen over de spagaat waarin individuen terecht kunnen komen nu we mensen zoveel mogelijk aan het werk willen hebben en tegelijk ook veel (mantel)zorg moeten gaan bieden. Ze zei het niet, maar ik denk dat we dit als vrouwen die vaak meer zorgtaken aantrekken echt wel gaan voelen. Daarnaast hield ze een pleidooi voor het verkleinen van de huisartsenpraktijken omdat de verwachting is dat substitutie vanuit de tweede lijn en de wijzingen jeugd- en ouderenzorg een grote wissel zullen trekken op de huisarts. Ook Lode Wiggers, directeur KNMG, hield een pleidooi. Hij verwoordde de zorg van veel artsen die steeds vaker gevraagd worden om medische gegevens van patiënten ter beschikking te stellen aan gemeenten, politie en andere instanties. Hij verwees naar de regelgeving en de achterliggende reden, namelijk het waarborgen van het vertrouwen in de arts. Als patient moet je altijd je persoonlijke verhaal kunnen doen zonder dat je bang hoeft te zijn dat deze gegevens zonder toestemming aan derden wordt meegedeeld. Schippers' reaktie was dat zij begrip heeft voor deze zorg, maar dat er ook moet worden gekeken naar het maatschappelijk belang, zoals veiligheid en fraudebestrijding. Hierover zal nog verder worden gesproken met de KNMG.

In het korte rondje vragen stellen viel op dat alleen vrouwen een vraag stelden. Nienke Nieuwhuizen, voorzitter van Verenzo, vroeg de minister naar middelen om meer richtlijnen en afspraken te krijgen over de wijze waarop wordt omgegaan met ouderen die thuis blijven wonen. Schippers vond dit vooral iets voor de beroepsgroepen, en benadrukte dat mensen die echt niet meer thuis kunnen wonen ook een plek moeten krijgen. Henriette van der Horst, hoogleraar huisartsgeneeskunde en VNVA lid, wees Schippers op haar opmerking over het belang van feiten, en de wijze waarop feiten dan worden geïnterpreteerd. Ze refereerde aan het onderzoek over zorgweigeraars. Uit enquêtes lijkt dit een probleem maar volgens Schippers valt het probleem mee. Schippers legde uit dat het gaat om tussentijdse enquêtes omdat de cijfers voor bezoeken aan ziekenhuizen en de gevolgen van verhoging van het eigen risico pas in de loop van volgend jaar bekend zijn en we dan pas feiten hebben. Orthopeed in opleiding en medeauteur van het visiedocument 2025 Suzanne Witjes vroeg de minister hoe zij samenwerking tussen werknemers in de zorg kan waarborgen met het oog op de nieuwe plannen. Schippers wist meteen dat het over artikel 13 ging en kende ook het rapport nog. Volgens haar is het afschaffen van artikel 13 nodig om goede kwaliteit te waarborgen en solidariteit te garanderen van bijvoorbeeld jonge mannen die nauwelijks zorgkosten maken. De meerwaarde van samenwerking staat haar duidelijk voor ogen.

Ik was verrast door de positieve ontvangst van het verhaal van de minister, maar dat had waarschijnlijk ook te maken met de positieve presentatie van de minister, de beperkte tijd, ieders beleefdheid en onbekendheid met de plannen die de dag ervoor bekend waren gemaakt. Dat er grote zorgen zijn werd niet uitgewist, vooral de onzekerheid over de impact van de komende transities per 2015 was duidelijk, maar de stemming lijkt nu 'we moeten er maar wat van gaan maken, we zien het wel'. Het meest boeiend was het napraten met een aantal professionals en bestuurders waarbij we spraken over feminisering van de zorg, leiderschapsinitiatieven, plattelandsdokters, de transities en natuurlijk ook n=1 casuïstiek van patiënten en de gevolgen van de nieuwe plannen. Dat er in het publiek nog wel scepsis is over de plannen werd daarin wel duidelijk...

 

Lees meer...

Ligt het aan mijn nieuwe functie dat mijn oog er meer op valt, of is de aandacht in de media voor man-vrouw verschillen inderdaad toegenomen? Te veel vrouwelijke rechters, nu ook vrouwelijke legowetenschappers, artikelen over persoonlijke ervaringen van stellen (waarbij opvalt dat mannen vaak meer verdienen en vrouwen meer zorgen), interviews met topvrouwen die geen belemmeringen zien, Neelie Kroes die het openlijk gaat opnemen voor vrouwen om hogerop te komen, het man-vrouw quotum dat Juncker zich heeft opgelegd, de constatering dat 30% vrouwen in topfuncties voorlopig niet haalbaar is, de ondergang van de man volgens De Groene Amsterdammer, het Zomergasten succes van wiskunde meisje Ionica Smeets, het probleem van Jeroen Pauw dat er geen vrouwen te vinden zijn voor zijn talk show, Women Inc op pad met geldbaden om loonverschillen inzichtelijk te maken en het opnieuw grote aantal vrouwelijke studenten dat vol goede moed aan geneeskunde gaat beginnen.

Sommige thema's doen nog wat stof opwaaien, en meestal gaat het over het herhalen van verklaringen zoals hoe competent vrouwen zijn (maar het vaak niet wordt gezien of ze het niet laten zien), over de zorgtaken (vrouwen zijn nu eenmaal verantwoordelijker en kunnen meer tegelijk) en de druk van de participatiesamenleving. Over de peer pressure om je kind toch wel een paar dagen per week zelf op te voeden, of juist het gebrek aan durf om meer te willen, of de slechte kinderopvangvoorzieningen. Mannen die niet meewerken of juist profiteren van de part-timesamenleving. De gedachte dat het nog wel gaat komen met die vrouwen met de tijd of de constatering dat we de ultieme parttime samenleving hebben gecreëerd en dat vrouwen helemaal niet naar de top hoeven. Over de goede uitkomstmaten van gemengde teams (vooral een derde vrouwen zou goed werken) en verder psychologische thema's als onzekerheid van vrouwen over hun kunnen, hun perfectionisme en hun empathie en vaak betere communicatievaardigheden waardoor ze enerzijds uitermate geschikt zijn voor het artsenvak en anderzijds ook meer moeite kunnen hebben met de 'geneeskundecultuur' van lange werkdagen en hoge productiviteit. En zo wordt er nog veel meer onderzocht en geschreven over de (elkaar soms ook tegensprekende) feminiene eigenschappen , gevolgen en interactie met onze maatschappij.

 

Wat hebben vrouwelijke artsen en al die nieuwe studentes hieraan? Zijn het niet teveel stereotyperingen die als een horoscoop werken? Zijn we niet allen uniek en autonoom en kunnen we dat vrouwelijke wel weglaten? Of herken je toch iets van die feminiene kanten zodat je je zelf soms beter kan begrijpen en ook de reactie van anderen op jou? En in het vervolg daarop: ben je mogelijk een andere arts dan je mannelijke collega? Zullen de geneeskunde en de geneeskundecultuur veranderen? Kunnen we de toenemende aandacht voor praten over het levenseinde, shared decision making en meer aandacht voor werktijden ook zien in samenhang met de feminisering van de geneeskunde? Of is het een mooi verpakte manier om de zorg goedkoper en efficiënter te maken? Moeten de masculiene kanten van vrouwen wat meer in de strijd gegooid worden? Of is dat achterhaald en zorg je er vooral voor dat jij het naar je zin hebt op je werk en privé? Het lijkt me boeiend te horen over jullie ideeën over de toekomst van de feminisering van de zorg of dat de aandacht mogelijk overtrokken is. Misschien kunnen we een boeiende discussie starten in de nieuwsbrief, op de website, tijdens het netwerken op het symposium of gewoon met je (mannelijke en vrouwelijke) collega's.

 

 

Lees meer...

VNVA in het kort

  • De VNVA behartigt de belangen van de vrouwelijke artsen. De vereniging acht het van groot belang dat alle vrouwelijke artsen hun talenten optimaal kunnen benutten en daardoor een hun passende positie in de gezondheidszorg kunnen innemen. Tevens zet de vereniging zich in voor het inweven van seksespecifieke geneeskunde in opleiding en praktijk. Daarbij stimuleert de VNVA de gewenste maatschappelijke veranderingen…

Volg ons

VNVA op sociale media